Landelijke feed | Alle blogs | politie.nl http://rss.politie.nl/rss/algemeen/blogs/blogs.xml Alle meest recente blogs nl Fri, 23 Jun 2017 06:25:35 GMT 2017-06-23T06:25:35Z nl Blog: Stap naar voren 2 https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-stap-naar-voren-2.html Elke dag weer komen politieagenten in gevaarlijke situaties terecht. Waar anderen een stap terug doen, stappen politiemensen naar voren. Desnoods met... blog Thu, 22 Jun 2017 11:33:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-stap-naar-voren-2.html 2017-06-22T11:33:00Z Elke dag weer komen politieagenten in gevaarlijke situaties terecht. Waar anderen een stap terug doen, stappen politiemensen naar voren. Desnoods met gevaar voor eigen leven. Voor de veiligheid van anderen. Soms staan ze daarbij voor grote dilemma’s. En moeten ze in luttele seconden beslissen.

]]>
Met de rug tegen de muur

Een warme zaterdagnacht in augustus. Mijn collega Iris en ik houden een oogje in het zeil bij de horecagelegenheden in Steenwijk en omliggende dorpen. Vlak na middernacht krijgen we een melding van een vechtpartij in een café. Op zich niets ongewoons, zeker niet als de temperaturen buiten flink oplopen.

We rijden ernaartoe, de meldkamer stuurt ook andere eenheden naar het café, maar het kan nog wel een kwartier duren voordat ze er zijn. Voor de kroeg staan zo’n twintig mensen. Ze stormen direct op ons af, al schreeuwend en tierend. De meesten hebben een flinke slok op. Twee mannen hebben bloed op hun hoofd en handen. Ze roepen dat ze mishandeld zijn door twee mannen die nog in de kroeg zijn.

Mijn collega en ik gaan de kroeg binnen. Er wordt nu niet meer gevochten. De twee mannen zitten in de voorraadkast. Ze zijn doodsbang en hebben zich opgesloten. Volgens de kroegbaas vielen ze enkele vrouwen lastig waarop een vechtpartij uitbrak. Daarbij gingen de stamgasten elkaar met naaldhakken, flesjes en glazen te lijf. Iris blijft bij hen, terwijl ik weer naar de ingang van de kroeg loop.

Daar kom ik twee collega’s tegen, Mike en Leo. Leo en ik blijven bij de ingang van de kroeg om alle mensen buiten te houden, zodat onze collega’s met de twee mannen in de kroeg kunnen praten. Dan wordt de sfeer grimmig. De tot zo’n vijftig personen uitgegroeide groep mensen buiten probeert met alle geweld binnen te komen. We worden tegen de muur en deur van het café gegooid. We proberen de verhitte gemoederen te sussen, een wapenstok gebruiken zou averechts kunnen werken.

Gelukkig arriveren er nog twee collega’s. Erik en Elsa stellen zich samen met ons in een halve cirkel voor de kroeg op. Een van de mannen haalt plotseling met zijn vuist naar me uit. Ik kan de klap net ontwijken als hij alweer een bierflesje naar ons smijt. De glassplinters vliegen om onze oren. Dat is voor de groep het sein voor de aanval.

Een man grijpt me bij mijn overhemd en scheurt het kapot, mijn portofoon raakt los. Iemand roept: ‘Vuile kankerlijers, laat ons naar binnen dan schop ik ze dood. Wat wil jij nu doen? Ik sla jou ook dood.’ Ik druk wanhopig op de alarmknop van mijn portofoon en roep: ‘Afstand houden, achteruit!’

Enkele mannen trekken me de groep in, Erik probeert hen tegen te houden. Hij krijgt vuistslagen op zijn oog en neus. Dan stort de dol geworden menigte zich op hem terwijl ze op hem inslaan en tegen zijn hoofd schoppen. Een andere man gooit een fiets tegen Elsa aan. Ze valt op de grond.

Collega Leo en ik delen rake klappen uit met de wapenstok. Maar de meeste raddraaiers zijn zo dronken dat ze niets voelen. Terwijl we vechten voor ons leven moeten we machteloos toezien hoe onze collega in elkaar wordt geslagen. Ik voel me afschuwelijk. Erik probeert wanhopig zijn vuurwapen te trekken. Hij kan zich niet verweren omdat een man hem in de wurggreep houdt. Ik trek mijn pepperspray en pepper zes mensen. Ik raak Eriks belager vol in het gezicht en hij laat los.

Onze collega’s uit de kroeg komen aanrennen en weten Erik te bevrijden. Dan arriveren meer collega’s. Zij drijven de menigte uit elkaar. Erik is flink toegetakeld en zit onder de wonden. Uiteindelijk worden de grootste raddraaiers aangehouden, zo ook de mannen uit de voorraadkast.

Eenmaal terug op het bureau komen de emoties los. Vooral Erik dacht dat hij het niet zou overleven. Misschien hadden we op assistentie moeten wachten, maar voor hetzelfde geld waren de mannen in de voorraadkast gelyncht. We hadden de situatie onder controle totdat de menigte zich tegen ons keerde.

Gelukkig werkte het gebruik van pepperspray. Schieten was geen optie in deze menigte. Zelfs een waarschuwingsschot was riskant. Onze portofoon was al losgerukt, dat had ook met een vuurwapen kunnen gebeuren, met alle gevolgen van dien.’

Kijk voor meer informatie op onze themapagina geweldsinzet

]]>
Blog:Onverwachte hulp https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-onverwachte-hulp.html Terwijl ik vingerafdrukken zoek en de sobere woonkamer inkijk, word ik boos. Waarom inbreken in deze kleine seniorenwoning? Het leven van de bewoner... blog Wed, 14 Jun 2017 12:00:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-onverwachte-hulp.html 2017-06-14T12:00:00Z Terwijl ik vingerafdrukken zoek en de sobere woonkamer inkijk, word ik boos. Waarom inbreken in deze kleine seniorenwoning? Het leven van de bewoner ligt al genoeg overhoop. Wat hulp is zeker welkom.

]]>
Aan het begin van de middag ben ik net klaar met het laatste sporenonderzoek. Ik ga terug naar het politiebureau om het schriftelijke werk te doen. Al rijdend op de A1 hoor ik dat de meldkamer een politiewagen naar een inbraak stuurt. Ik ben in de buurt en rijd er ook meteen heen.

Ik kom tegelijk aan bij de woning met de collega van de noodhulp. En zie dat het een seniorenwoning is. Zodra onze voertuigen zijn geparkeerd worden we hartelijk ontvangen door twee hoogbejaarde dames en een hoogbejaarde man. Zij vertellen ons dat ze familie zijn van de bewoner. Die is een aantal weken geleden opgenomen in een zorginstelling. Door zijn lichamelijke toestand was zelfstandig wonen niet meer mogelijk, ook al kreeg hij alle hulp van instanties en deze drie familieleden. Kinderen heeft de man niet, zijn echtgenote is lang geleden overleden.

De mensen laten ons de schade zien aan het raam aan de achterzijde. Binnen ligt de inhoud van kasten en laden op de vloer. Er is een badkamer, woonkamer, slaapkamer en kleine keuken. Alles sober ingericht, in de slaapkamer de weeïge geur van urine. Wij leggen de mensen uit wat wij gaan doen. De collega gaat de aangifte opnemen, ik ga sporen zoeken.

‘Je zal wel veel afdrukken van ons vinden, wij verzorgen hem en het huis’, zegt een van de dames. Ik antwoord dat ik het verschil wel zal zien. Zeker bij het raampje, waardoor de inbreker naar binnen is geklommen. ‘Tenzij u ook altijd door dat raam naar binnen klimt, dan wordt het lastiger’, zeg ik lachend. De vrouw antwoordt met een knipoog dat ze soms via het dak naar binnen gaat, maar dat ze dit raampje altijd overgeslagen heeft. En dat er helaas geen koffie meer in huis is. Ik zeg dat dat niet erg is en ga aan het werk aan de achterzijde van de woning, terwijl de collega in de keuken aan de voorzijde de aangifte opneemt met de drie familieleden. Wat een lieve mensen.

Terwijl ik vingerafdrukken zoek en de sobere woonkamer inkijk, word ik best een beetje boos op de inbreker. Waarom inbreken in deze kleine seniorenwoning? Het leven van de bewoner ligt al genoeg overhoop zonder dat er iemand naar binnen klimt en de kasten leeg trekt. En die drie lieve bejaarde familieleden die nu in de keuken zitten, hebben al genoeg zorgen om de bewoner en zo te zien ook met hun eigen gezondheid.

Ineens wordt er uit de keuken geroepen door een van de vrouwen: ‘Koude koffie is niet lekker hoor!’ Ik loop verbaasd de keuken in. En zie dat er vijf kopjes koffie zijn ingeschonken. Een van hen heeft een pak koffie opgehaald bij de buren. Want bezoek hebben en geen koffie kunnen aanbieden, dat kan echt niet bij deze mensen. Ik drink de veel te slappe koffie met de collega en de drie oudjes. Ik vertel hen dat ik fragmenten van schoensporen heb aangetroffen en een afvorming maak van de indruk in het kozijn die de schroevendraaier achterliet. En dat de inbreker handschoenen aan heeft gehad. Als ik de koffie op heb, zeg ik dat ik nog even in de woonkamer moet zijn voor verder onderzoek.

In de woonkamer loop ik voorzichtig tussen oude, vergeelde foto’s en documenten die op de vloer liggen. Trouwboekje, rouwkaarten, diploma’s, brieven en vakantiesouvenirs. Het leven van de oude man ligt letterlijk op de vloer.
 Als ik daar net klaar ben met het onderzoek en mijn sporenkoffer sluit, wordt er wederom uit de keuken geroepen dat er koffie is. Oh nee, niet nog zo’n slappe bak… Maar weigeren is geen optie. Ik ga weer aan tafel zitten en drink braaf mijn koffie op. En vertel dat ik klaar ben met het onderzoek en dat ze alle goederen weer in de kasten mogen leggen.

Dan zegt de man dat ze naar de woning waren gekomen om de kasten leeg te halen, omdat de bewoner nooit meer thuis zal kunnen komen.

De kasten zijn nu al leeg. Wat hulp voor deze mensen was zeker welkom. Maar deze onverwachte ‘hulp’ had achterwege mogen blijven.

]]>
Henrieke Schoonekamp werkt sinds 2001 bij de politie. In 2007 begon ze bij het Team Forensische Opsporing in de Eenheid Oost Nederland. 

Henrieke: ‘Als forensisch medewerker krijg ik te maken met allerlei delicten, van inbraak tot moord en doodslag. Goed sporenonderzoek draagt er aan bij dat een misdrijf wordt opgelost en de juiste dader gestraft wordt. Ik besloot mijn ervaringen op te schrijven, omdat ik vaak in heel bijzondere, heftige, leuke en ontroerende situaties terecht kom. En om mensen een inkijkje bij Forensische Opsporing te geven! Sinds kort mag ik mijn verhalen ook voor de camera vertellen.’

Naast haar werk bij de politie werkt Henrieke af en toe een paar weken als vrijwilliger bij een kindertehuis in het buitenland.

]]>
Henrieke Schoonenekamp
Blog: Een weekend van leven en dood https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-een-weekend-van-leven-en-dood.html Een weekend met veel contrasten. Ik voel een mix van emoties, die behoorlijk door elkaar lopen: Leven en dood. Om nooit te vergeten.   blog Wed, 07 Jun 2017 12:00:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-een-weekend-van-leven-en-dood.html 2017-06-07T12:00:00Z Een weekend met veel contrasten. Ik voel een mix van emoties, die behoorlijk door elkaar lopen: Leven en dood. Om nooit te vergeten.

 

]]>
Ik heb dat weekend een zogenoemde as-dienst, assistentiesurveillance. Tegenwoordig noemen we dat noodhulp. Die zaterdag heb ik ochtenddienst van 07.00 uur tot 15.00 uur en ‘s avonds om 23.00 uur gaat mijn nachtdienst in. Een combinatie die nu niet meer voorkomt, maar die 20 jaar geleden heel gewoon was.

Zaterdagochtend ben ik grotendeels alleen aan het werk. Er komt een melding over een verkeersongeval: een man is gewond geraakt. Ik ben er als eerste en sta er alleen voor.  De man heeft zijn nek gebroken, blijkt later in het ziekenhuis. Wonderwel valt de breuk mee. De artsen verwachten dat het slachtoffer volledig herstelt. Het had, gezien het ongeval, veel slechter kunnen aflopen.

Binnen een uur doet zich een heel andere situatie voor. Iemand kiest er bewust voor om uit het leven te stappen en gooit zich voor een aanstormende trein. Ook hier ben ik als eerste ter plaatse. Het lichaam is volledig verminkt en ligt verspreid over de spoorbaan. Op het door bomen beschutte, windstille baanvak hangt een bijzondere, zoetige lucht. Een collega die aan komt lopen, legt uit dat dit waarschijnlijk komt door het lichaam.
Ik ben eerder in een soortgelijke situatie geweest en toen leerde ik mijn grens kennen. Ik weet nog goed dat ik meehielp met het bij elkaar zoeken van de lichaamsdelen en dat ik toen met een afgerukt been in mijn handen liep. Vreselijk vond ik dat; dat doe ik nooit meer. Dus nu besluit ik dat ook niet te doen en vast te houden aan mijn eigen grens. 

Het is vreselijk tragisch, maar gelukkig kan ik zo’n gebeurtenis een plaats geven. Ik besef wel hoe deze gebeurtenis in schril contrast staat met het ongeval eerder deze ochtend.

Enkele uren later is het tijd om naar huis te gaan. In de avond slaap ik nog een paar uurtjes om weer fris de nachtdienst in te kunnen.

Die nacht doe ik dienst met een collega. In de vroege ochtend krijgen we de melding van een levenloze baby. We haasten ons naar het opgegeven adres. Daar aangekomen blijkt dat zowel het ambulancepersoneel als wij weinig meer kunnen doen. De baby is gedurende de nacht al overleden, reanimatie heeft geen zin meer. Een exacte doodsoorzaak kan niet worden vastgesteld en daarom wordt het overlijden bestempeld als wiegendood. Ik vergeet nooit meer hoe stil de baby in het wiegje ligt, en het lijkbleke gezichtje.

Het maakt op iedereen zeer grote indruk. Ik heb een kindje van ongeveer dezelfde leeftijd. Ik kan het daarom zo goed plaatsen, ook het onvoorstelbare verdriet van de ouders.

Thuis loop ik regelrecht naar de wieg van mijn eigen kindje. Wat ligt die nog lekker te slapen, met een gezonde blos op de wangen. Ik let op de ademhaling en zie het borstkastje op en neer bewegen. ‘Mijn kind leeft!’, gaat er door me heen. Een onbeschrijfelijk gevoel van geluk en blijheid, maar ook verdriet overmant me. 

Ik pak mijn slapende kindje uit het wiegje en knuffel het wakker. Ik houd het niet droog. Wat ben ik blij en dankbaar tegelijk. Ook voel ik mij direct in het verdriet met die ouders verbonden. Het is een mix van emoties, die behoorlijk door elkaar heen lopen.

Ik ervaar een groot onrecht en begrijp er werkelijk niets meer van. Een baby, zo puur, behoort nog een mooie en lange weg voor zich te hebben. In mijn optiek is het zo oneerlijk. Nog geen etmaal daarvoor besloot iemand zelf het leven te beëindigen!

Dat bewuste weekend deden zich drie gebeurtenissen voor met zo veel contrasten. Dat is het leven, daar hoort de dood ook bij. Dat ons werk impact kan hebben, wist ik toen ik bij de politie solliciteerde. Ik word wel vaker geconfronteerd met leven en dood, maar dit keer kwam alles wel heftig samen. Een weekend om nooit te vergeten. 

]]>
Chris van der Veen begon in 1983 als 17-jarige zijn politieopleiding bij het toenmalige Korps Rijkspolitie. Tot 2001 werkte hij in de gemeente Woensdrecht, onder meer als (zeden)rechercheur en lid van het toenmalige Recherche Bijstandsteam, het huidige Team Grootschalig Optreden. In 2001 verliet Chris de politie en werkte hij korte tijd voor een expertisebureau dat onderzoek deed naar schadeclaims en overlijden. In 2002 kwam hij echter weer terug bij de politie, omdat hij liever in teamverband met collega’s werkte. Ook miste hij in zijn werk met name het betekenisvolle contact met mensen. Sindsdien heeft hij als wijkagent in verschillende wijken en dorpen in en rondom Roosendaal gewerkt en is nu wijkagent in Hoogerheide.

Chris: ‘Ik heb in al die jaren bij de politie erg veel gezien en gehoord en geef met mijn blog een inkijkje in mijn werk. Ik vind het heel belangrijk om vooral mens in het werk te blijven. “Mens in blauw”, daarmee kun je namelijk het verschil maken. “Samen doen” is mijn lijfspreuk. Ik kan er weinig mee als mensen alleen maar roepen wat er fout is en er zelf niets aan (willen) doen. Ik pak graag samen met bewoners en partners de problemen aan. Daarbij voel ik me als een vis in het water.’

Chris is als wijkagent ook te volgen op Twitter: @wa_hoogerheide 

]]>
Chris van der Veen
Blog: Lied voor Laurent https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-lied-voor-laurent.html De themamaand ‘Mis je mei?’ staat in het teken van vermissingen. Forensisch rechercheur cold case Carina van Leeuwen (Eenheid Amsterdam) benadrukt in... blog Tue, 30 May 2017 12:11:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-lied-voor-laurent.html 2017-05-30T12:11:00Z De themamaand ‘Mis je mei?’ staat in het teken van vermissingen. Forensisch rechercheur cold case Carina van Leeuwen (Eenheid Amsterdam) benadrukt in haar blog hoe belangrijk het is om te blijven speuren naar vermiste personen, ook al zijn ze jaren weg.

]]>
Dat loopje van de dactyloscoop, de specialist vingerafdrukken, dat herken ik. Net even dat extra hupje als hij zijn voeten optilt. En dan de glimlach; breed, en zijn ogen glimmen. Dan weet ik het meteen; hij heeft er één. Een hit! Nee, geen muziekhit, al zou ik er graag een lied over schrijven. Over een jongen die pech had bij het stelen van een auto, gepakt werd en die pech zou later zijn geluk worden. En een hit zou het worden, hoe dan ook. Al was het maar voor één familie. Een familie die al jaren wacht, ergens in een dorp in Noord-Frankrijk. Wacht, op hun jongste zoon en broertje die vermist is, al twintig jaar. Zo blijft hij altijd het kleine broertje. Hun lastige broertje, die niet naar school wilde, geen baantje wist te behouden, maar wel van een blowtje hield.

Op een dag werd hij opgepakt door de politie in Lyon, bijna 700 kilometer van huis omdat hij een auto had gestolen. Zijn vingerafdrukken en politiefoto’s werden genomen en hij werd weer weggestuurd.
Twee weken later en bijna 1.000 kilometer verderop, werd hij in Amsterdam dood uit het water gehaald. Verdronken, waarschijnlijk onder invloed van alcohol en drugs. Hij droeg niets bij zich waaruit zijn identiteit kon worden afgeleid. Zijn vingerafdrukken waren niet bekend. Zijn foto in de kranten leverde geen bruikbare tips op. Hij werd anoniem begraven in Amsterdam, 300 kilometer van de plaats waar zijn familie geen weet had van waar Laurent uithing.
Weken gingen voorbij, maanden, jaren. Ze zochten en informeerden, maar zonder resultaat.

Twintig jaar later staar ik naar een foto van een dode jongen met een ringetje door zijn wenkbrauw en een tatoeage op zijn schouder van iets wat op een grote joint lijkt. Zijn vingerafdrukken op een muf ruikend formulier.
Naast me staat mijn collega, die van dat loopje, met vingerafdrukken en de foto’s die de politie in Lyon twintig jaar geleden heeft genomen. Foto’s van een levende jongen die brutaal in de lens kijkt. Een jongen met een ringetje door zijn wenkbrauw. Op de beschrijving staat dat hij een tatoeage heeft op zijn schouder, van een joint en hij heet Laurent. Nooit eerder was ik blij met een autodiefstal. Want zonder die gestolen auto was hij waarschijnlijk nooit geïdentificeerd. Maar ook niet zonder mijn collega’s van dacty, die met al die oude vingerafdrukken van de onbekende doden opnieuw zoeken in alle databases, nationaal en internationaal. In archieven die pas de laatste jaren gekoppeld en toegankelijk zijn. Toen, twintig jaar geleden kon dat nog niet.

Daarom moeten we nooit opgeven, nooit stoppen met zoeken. Want soms is het zo’n dag, zo’n dag waar ik allerlei superlatieven voor kan bedenken, maar niet één woord beschrijft het gevoel wat dat geeft. Maar het gaat ook niet om mijn gevoel, maar dat van zijn geliefden die al zo lang wachten.

We zoeken contact met hen. Zijn Maman leeft nog, maar is te oud en te geëmotioneerd om te reizen. Zijn zus en broer komen naar Amsterdam. Gelukkig is er een collega die Frans spreekt die hen kan uitleggen wat we doen bij cold case. Dat we niet alleen moord en doodslag onderzoeken, maar dat we ook de onbekende doden die in Amsterdam liggen begraven een naam proberen te geven. Want elke onbekende dode wordt ergens op de wereld gemist, soms al jaren, zoals Laurent. Hij ligt er al twintig jaar, gelukkig is zijn graf er nog.

We nemen zijn familie mee naar de plaats waar Laurent is gevonden, naar het graf waar hij ligt. Nu niet meer alleen met een datum waarop hij is gevonden, maar met een naam en een geboortedatum. De volgende dag liggen zijn stoffelijke resten, in een nieuwe kist met bloemen erop in een ruimte bij het crematorium zodat, twintig jaar na zijn dood, zijn familie toch afscheid kan nemen. Nog een dag later vertrekken ze naar huis, met de urn met de as van Laurent bij zich. Een paar weken later ontvangen we een foto, van de urn die is bijgezet in het familiegraf.

In mijn hoofd klinkt een lied, over Laurent, zomaar een jongen van 24 jaar, die door een auto te stelen uiteindelijk weer thuis is gebracht.

]]>
Na jaren als operatieassistent in binnen- en buitenland te hebben gewerkt, maakte Carina van Leeuwen in 1991 de overstap naar de politie. Ze begon in uniformdienst bij de politie Den Haag en werd vervolgens een van de eerste vrouwelijke forensisch rechercheurs. Sinds 2006 werkt ze als forensisch coördinator in het coldcaseteam in Amsterdam.

Carina: ‘Ik ben begonnen met het schrijven van verhalen door een weddenschap. Toen ontdekte ik hoe leuk het is om iets anders dan processen-verbaal te schrijven. De weddenschap heb ik gewonnen en ik ben het blijven doen. Bloggen over mijn werk geeft hopelijk een mooie inkijk in wat ik het allermooiste werk binnen de politie vind; coldcaseonderzoek.

Naast haar politiewerk geeft Carina gastcolleges over forensische onderzoek aan studenten van de Hogeschool van Amsterdam. In haar vrije tijd schrijft Carina ook forensische thrillers. In 2014 kwam ‘Vuurproef’ uit en in 2015 ‘Koud Spoor’. In 2016 werd haar derde boek ‘Nachtvlinder’ uitgegeven.

]]>
Carina van Leeuwen
Blog: Stap naar voren https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-stap-naar-vo.html Elke dag weer komen politieagenten in gevaarlijke situaties terecht. Waar anderen een stap terug doen, stappen politiemensen naar voren. Desnoods met... blog Thu, 18 May 2017 13:00:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-stap-naar-vo.html 2017-05-18T13:00:00Z Elke dag weer komen politieagenten in gevaarlijke situaties terecht. Waar anderen een stap terug doen, stappen politiemensen naar voren. Desnoods met gevaar voor eigen leven. Voor de veiligheid van anderen. Soms staan ze daarbij voor grote dilemma’s. En moeten ze in luttele seconden beslissen.

]]>
‘Stel je niet aan, het zijn maar nepwapens’

Het is de eerste mooie lentedag van 2016, een zaterdagavond. Ik rijd in mijn eentje surveillance in een 4x4 politieauto in het beschermd natuurgebied ‘Hart van Brabant’. Ik controleer wat auto’s en motorcrossers, deel hier en daar een waarschuwing uit en help een man die zichzelf heeft vastgereden in een beschermd bosgebied. Misschien vang ik nog wel een boefje zoals een drugsdealer, een gesignaleerd persoon of een stroper.

Dan komt er een verontrustende melding binnen. In een parkje achter een school lopen twee jongens met vuurwapens rond. De melder gaf een goed signalement door. Ik rijd er plankgas naar toe. Achter het parkje, op een fietspad, lopen twee jongens die aan het signalement voldoen. Ik parkeer de auto en trek een sprintje naar het park. Als ik een hoek omren zie ik de jongens voor me lopen. Ik ben alleen en roep rustig: “Blijf staan! Ik wil jullie handen zien!” Aan hun reactie zie ik dat ze me gehoord hebben, maar ze veranderen van richting en lopen een grasveld op.

Dit voelt niet goed. Met mijn hand op mijn holster roep ik nog een keer en de jongens draaien zich om. Opeens grijpt de linker jongen naar zijn middel. Ik trek razendsnel mijn vuurwapen, richt het tussen de jongens in en roep: “Handen omhoog!” Ze negeren mijn bevel. De linker jongen haalt een vuurwapen tevoorschijn. Ik richt mijn wapen op zijn borst en schreeuw dat hij zijn wapen neer moet leggen en op de grond moet gaan liggen. Hij reageert niet. De loop van zijn pistool wijst naar mijn voeten. Ineens heeft ook de andere jongen een vuurwapen in zijn handen.

Er schieten allerlei scenario’s door mijn hoofd. Ik zie maar één oplossing. Ik schreeuw een laatste keer: “Laat vallen dat wapen of ik schiet je neer!” Heel langzaam haal ik de trekker over. Net voordat ik wil schieten hoor ik de jongens iets zeggen. Langzaam zakken ze op hun knieën en gooien ze de wapens vlak voor hen neer. Daarna gaan hun handen omhoog.

Ik roep in mijn portofoon om versterking. Een motorrijder komt snel ter plaatse. Ik ben nog nooit zo blij geweest om een collega te zien! Ook hij trekt zijn vuurwapen en richt op de jongens. Ik loop naar hen toe en schop de vuurwapens weg. Er komen nog meer collega’s aangerend. De jongens worden geboeid en gefouilleerd.

Ik stop mijn wapen in mijn holster en ben zo woedend dat ik naar de jongen die het vuurwapen op mij richtte, roep: ‘’Mafkees! Ik had je bijna doodgeschoten!” Hij zegt smalend lachend: “Stel je niet zo aan, dat zijn nepwapens!” Ze lijken er gewoon lol om te hebben. Ik ben zo woedend dat ik hem wel kan slaan, daarom loop ik even weg. Mijn blik valt op de vuurwapens. Ze zien er echt uit, ook van dichtbij. Later blijkt uit onderzoek dat het inderdaad imitatiewapens zijn.

Waarom ik niet heb geschoten? Pal achter de jongens stonden mensen voor de ramen van hun woning. Er reden fietsers en er speelden kinderen. Als je iemand neerschiet blijft de kogel niet altijd in het lichaam zitten. Stel dat de kogel gaat zwerven en een kind raakt? Ik kan natuurlijk ook mis schieten. Het risico was te groot om overhaast een beslissing te nemen.

Waarom de jongens zo deden weet ik nog steeds niet. Misschien wilden ze iemand met de nepwapens beroven. Ik denk dat het gewoon domme bravoure was.

Kijk voor meer informatie op onze themapagina geweldsinzet

]]>