Landelijke feed | Alle blogs | politie.nl https://rss.politie.nl/rss/algemeen/blogs/blogs.xml Alle meest recente blogs nl Thu, 14 Nov 2019 13:14:54 GMT 2019-11-14T13:14:54Z nl Blog : Ik ga mijn vader wel missen https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-ik-zal-mijn-vader-wel-missen.html ‘Er komt een melding binnen van een bestuurder die slingerend en met een slakkengangetje over de A28 rijdt. Als we de auto in het vizier hebben zie... blog Wed, 06 Nov 2019 16:00:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-ik-zal-mijn-vader-wel-missen.html 2019-11-06T16:00:00Z ‘Er komt een melding binnen van een bestuurder die slingerend en met een slakkengangetje over de A28 rijdt. Als we de auto in het vizier hebben zie ik dat de achterklep openstaat. Vanaf de achterbank kijkt een jongetje mij aan. Het is lastig om de bestuurder te laten stoppen. Hij verandert geregeld van rijstrook, rijdt tussen de 40 en 60 kilometer per uur en gedraagt zich onvoorspelbaar. Onze auto van Team Verkeer passeert hem, rijdt voor hem uit en toont het ‘Politie volgen’ bordje.

Op een gegeven moment leiden we de automobilist naar de afslag Zwolle-Zuid. De man rijdt goed met ons mee en het lijkt een peulenschilletje te worden. Maar op het laatste moment draait hij toch weer de snelweg op. Gelukkig zie ik dat er iemand van het basisteam aan komt rijden en ons komt helpen. Ondertussen houd ik het jongetje op de achterbank in de gaten. Ik kijk hem recht aan en schat in dat hij vier of vijf jaar oud is. In eerste instantie zie ik iets van angst in zijn ogen, maar daarna ook iets van herkenning. Het lijkt net alsof hij in zijn jonge leven al eerder politieagenten heeft ontmoet.

De drie politieauto’s dwingen de bestuurder tot stoppen, maar de man draait op het laatste moment toch weer het stuur om, waarbij hij een politieauto beschadigt. Als de auto eindelijk stil staat, trekken collega’s het portier open en sleuren de man uit de auto. Hij blijkt stomdronken te zijn. We houden hem aan voor rijden onder invloed en agressief en onveilig rijgedrag.

Terwijl de man geboeid wordt afgevoerd, haalt mijn collega het jongetje van de achterbank. Hij is inderdaad vijf jaar oud. Eerst wordt uitgezocht wie zijn moeder is en waar zij woont. Al snel blijkt dat het kind niet bij haar terecht kan, want zij verblijft in een tbs-kliniek. We proberen meteen opvang voor de kleuter te regelen. Ondertussen vermaken mijn collega’s en ik het jongetje op het politiebureau. Hij krijgt een rondleiding door het gebouw. Het kind vindt het prachtig. Het moet voor hem haast aanvoelen als een uitstapje, want hij straalt.

Toch valt me iets op. Ik merk dat het kind zich anders gedraagt dan een doorsnee vijfjarige. Hij heeft nog geen moment naar zijn vader gevraagd. Het enige dat hij heeft gezegd, kort nadat hij uit de auto is gehaald, is: ‘Ik ga mijn vader wel missen’. Alsof het kind van tevoren al wist dat hij zijn vader een lange tijd niet meer zou zien. Het is ook een erg druk jongetje. Niet zomaar druk, maar echt een stuiterbal. Heel intens. Het kost ons allemaal veel energie, maar ondanks dat merk ik dat we het leuk vinden om even op hem te passen. Hoewel de jongen sinds hij op het bureau is nog niks heeft gegeten en gedronken, wil hij niets aannemen van ons. Pas rond 23.00 uur krijgen we hem eindelijk zo ver dat hij een milkshake opdrinkt. Dan gaat de telefoon. Het blijkt dat we het kind naar een tijdelijk opvangadres kunnen brengen. We laten hem eerst zijn milkshake opdrinken voordat we vertrekken.

We zijn nog geen vijf minuten onderweg of hij slaapt al. Als we bij het opvangadres aankomen, maken we hem wakker. Ik zie dat hij dat niet leuk vindt. Hij is verward en overstuur. Ik snap het wel. Ook ons doet het iets. Natuurlijk grijpt het je aan als zo’n jochie overstuur is. Als ik later op de avond terugrijd, hoop ik echt dat hij een beter leven krijgt.’

Het promillage van de vader was 1,41. Zijn rijbewijs is ingevorderd. Jeugdzorg beslist over de toekomst van het kind.

]]>

 

]]>
Blog: 'Jij helpt ons. Jij bent mijn broer' https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-jij-helpt-ons-jij-bent-mijn-broer.html ‘Ik moet vandaag naar het AZC om te helpen bij het inschrijven van vluchtelingen. Als ik aankom, krijg ik samen met een groep collega’s een briefing.... blog Wed, 23 Oct 2019 15:00:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-jij-helpt-ons-jij-bent-mijn-broer.html 2019-10-23T15:00:00Z ‘Ik moet vandaag naar het AZC om te helpen bij het inschrijven van vluchtelingen. Als ik aankom, krijg ik samen met een groep collega’s een briefing. Elke asielzoeker moet een aantal posten doorlopen en iedere collega krijgt een post en een bijbehorende taak toegewezen.

]]>
Om half vier in de middag komt de bus met ongeveer dertig vluchtelingen aan. Ze zijn afkomstig uit Syrië en hebben al vier jaar in een vluchtelingenkamp in Libanon gezeten. Ik kan me niet voorstellen hoe is het om vanuit daar naar Nederland te komen. Het enige dat ik me kan voorstellen is dat die mensen behoefte hebben aan een vriendelijk gezicht. Als de bus wordt uitgeladen, zie ik dat er veel grote koffers naast de bus worden gezet. Ik help de mensen met het uitladen. De meesten spreken alleen Arabisch, dus proberen we met elkaar te communiceren ‘met handen en voeten’. Dat lukt aardig en de mensen hebben al snel door dat de Nederlandse politie best aardig is. De eerste handen worden geschud en ik leer dat ‘shokran’ ‘dank je wel’ betekent.

Eenmaal weer binnen is mijn taak het toezicht houden op de mensen en zorgen dat iedereen netjes op zijn beurt wacht. Ik kan op mijn gemak de ruimte bekijken om te zien welke mensen er zijn aangekomen: voornamelijk gezinnen met kinderen. Verder nog een man alleen en een bejaard echtpaar. In een hoekje zie ik een vrouw zitten met een baby die net zo oud is als mijn dochter. Ze is zo’n vier maanden, schat ik. Haar vader ziet dat ik naar haar kijk en hij kijkt trots terug. “My daughter” zegt hij met een glimmend gezicht. Ik probeer hem met handen en voeten duidelijk te maken dat ik ook vader ben, maar volgens mij begrijpt hij mij niet en knikt hij alleen uit beleefdheid. Een andere man komt naar me toe en vraagt in het Engels of er Wi-Fi is. Hij legt uit dat hij zijn moeder een berichtje wil sturen. “Ze zit nog in Libanon, en ik wil haar vertellen dat ik nu veilig in Nederland ben aangekomen.” Helaas is er geen internet beschikbaar, maar via de hotspot op mijn eigen mobiel kan hij toch even zijn moeder inlichten. We raken in gesprek en hij vertelt mij dat hij hier is met zijn vrouw en kinderen. Zijn jongste dochter is niet in Syrië geboren, maar in Libanon. Hij heeft zojuist te horen gekregen dat hij in Nederland mag blijven en in Sneek gaat wonen.

Voor de kinderen is er weinig te doen. Gelukkig zijn er mensen van het Rode Kruis aanwezig die limonade en fruit uitdelen. Als er een Memory-spel tevoorschijn komt, vliegen de kinderen er op af. Een jongen van een jaar of twaalf vindt zichzelf in eerste instantie te groot om mee te doen, maar zit later toch kaartjes om te draaien met zijn jongere zusje. De ouders van de baby moeten geregistreerd worden, maar de baby heeft er geen zin in en blijft huilen. Ik vraag aan de ouders of ik even op haar moet passen. De vader heeft mij eerder kennelijk toch begrepen en wijst naar mij: “You also father. Is ok. No problem.” Nadat ik de kleine meid getroost heb en ze gestopt is met huilen, leg ik haar in het campingbedje dat in de hoek van de ruimte staat. Na een paar keer draaien en opnieuw de speen inpluggen valt ze in slaap. Ik ga op de stoel naast het bedje zitten en kijk naar haar. Gelukkig weet ze hier later niks meer van.

Een meisje van een jaar of zes is kennelijk het rondrennen zat en komt naast me zitten. Met grote ogen kijkt ze me aan en ze pakt mijn hand. Ze zegt iets in het Arabisch. Als ze doorheeft dat ik haar niet begrijp, gaat ze weg en komt ze even later terug met een kleurboek en kleurpotloden. Ze wijst naar mij en vervolgens naar het boek. Ze slaat het boek open en samen kleuren we een clown. Om gezellig samen te kleuren heb je ook geen woorden nodig. Even later ik met een ander kind een toren van blokken gebouwd en daarna een boekje gelezen met een volgende. Het is allemaal heel anders dan de diensten waarbij ik boeven moet vangen. Gelukkig ben ik niet alleen ‘waakzaam’, maar ook ‘dienstbaar’.

Als alle mensen geregistreerd zijn, krijgen ze een besluit uitgereikt waarop staat dat ze de komende vijf jaar in Nederland mogen blijven. Veel mensen zijn zichtbaar aangedaan en erg blij met dit bericht. Het is ondertussen al bijna tien uur in de avond en de meesten zijn al meer dan 24 uur wakker. Het is tijd om weer naar de bus te gaan. Iedereen helpt met het dragen van de koffers en het inladen in de bus. Vlak voordat de man die in Sneek mag gaan wonen de bus instapt, komt hij naar mij toe. Hij omhelst me en zegt in het Engels dat ik zijn ‘brother’ ben. “Wij zijn hier nieuw en jij helpt ons. Jij zorgt voor onze kinderen. Ik hoop dat alle Nederlanders zo zijn. Jij bent mijn broer.” Ik weet dat niet alle Nederlanders zo zijn, maar ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om het hem te zeggen. Ik hoop dat het hem goed gaat hier in Nederland. En het feit dat hij mij bedankt, en mij zijn broer noemt, doet toch meer met me dan ik had gedacht. Dat durf ik als stoere politieman best toe te geven. Veel succes beste man. Zorg dat je hier gelukkig wordt.’

]]>
Blog: Onbetaalbare herinneringen https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-herinneringen.html Ik sta in een kleine tussenwoning waar is ingebroken. Mijn sporenkoffer staat op de vloer, de lamp heb ik in mijn hand. Tegenover mij een... blog Thu, 10 Oct 2019 12:00:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-herinneringen.html 2019-10-10T12:00:00Z Ik sta in een kleine tussenwoning waar is ingebroken. Mijn sporenkoffer staat op de vloer, de lamp heb ik in mijn hand. Tegenover mij een ontroostbaar ouder echtpaar. Ze laten mij de chaos in de woning zien; de inhoud van bijna alle laden en kasten ligt op de vloer.

Enveloppen zijn opengescheurd, foto’s zijn vertrapt. Sieradendoosjes, kleding, bankpapieren en tekeningen van de kinderen. Hun hele geschiedenis, hun hele leven, ligt letterlijk op de vloer. Aan mij de taak om daar sporen van een dader op of tussen te vinden.

Op een witte envelop met een zwarte rand zie ik een schoenspoor van een inbreker. De vrouw barst in huilen uit als ze het ziet. Het is de rouwkaart van haar vader. Als ik de lege sieradendoosjes onderzoek zijn ze beiden in tranen. De trouwringen van overleden ouders zijn weg. Net als de zilveren dasspeld die hij kreeg bij zijn pensioen en de parelketting van haar overleden zus. Ik doe alles wat ik kan om zoveel mogelijk sporen van de daders te vinden zodat zij hopelijk opgepakt kunnen worden en de spullen terugkomen bij deze lieve mensen.

De waarde van de gestolen goederen interesseert hen niet. Daarvoor zijn ze wel verzekerd. De herinneringen die eraan kleven, daar gaat het om. Herinneringen zijn niet in geld uit te drukken en niet te vervangen. Geen inbreker die daaraan denkt of rekening mee houdt. En daarmee richten ze dus onvoorstelbaar leed aan.

Als ik een paar uur later thuiskom, zie ik op de deurmat de krant liggen die mijn vader altijd brengt op zaterdag. En een envelop met onmiskenbaar zijn handschrift. Geen enkele e is hetzelfde geschreven, zelfs de drie ‘XXX’ onderaan zien er alle drie anders uit. Een glimlach op mijn gezicht, ik schrijf namelijk net zo onregelmatig als hij. Op de envelop staat geschreven dat zijn broer op bezoek is geweest en een foto voor mij heeft meegebracht. Nieuwsgierig open ik de zorgvuldig gesloten envelop en haal de foto eruit.

Ik zie op de foto een jonge vrouw met een raar kapsel en een veel te grote bril. Ze houdt trots een baby in haar armen, een meisje. Lachend kijkt de jonge vrouw in de camera, ondertussen het hoofdje van de dikke baby goed ondersteunend. Naast haar zit een man. Een man met donker, net iets te lang haar. Hij wordt kaal, dat is bovenop zijn hoofd al te zien. Hij heeft een donkere baard en kijkt niet in de camera. Hij kijkt vol liefde naar de baby die de vrouw in haar armen heeft. De meubels op de achtergrond zijn van donker hout. Veel boeken en planten, in de kast een boeren-bontservies.

De baby, dat ben ik. De jonge mensen zijn mijn ouders in 1980. Mijn moeder heeft al jaren een ander kapsel en haar brillen gaan met de mode mee. Van zijn baard heeft mijn vader lang geleden al afscheid genomen. Hij is veel kaler geworden, het donkere haar is inmiddels grijs.

De foto lijst ik in en zet ik op de kast. Onbetaalbaar deze foto, een mooie herinnering. Ik moet weer aan de mensen denken waar ik eerder deze dag was. En hoop dat we bij hen ook de herinneringen terug kunnen brengen.

]]>
Blog: 'Hij komt nu naar beneden en heeft een pistool!' https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-hij-heeft-een-pistool.html Het volgende verhaal speelde zich af ergens begin jaren negentig. Het is de allereerste dag dat ons wijkbureau open is. Het gebouwtje is helemaal... blog Wed, 25 Sep 2019 15:00:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-hij-heeft-een-pistool.html 2019-09-25T15:00:00Z Het volgende verhaal speelde zich af ergens begin jaren negentig. Het is de allereerste dag dat ons wijkbureau open is. Het gebouwtje is helemaal gerenoveerd en wij zijn voor het eerst in de nieuwe samenstelling operationeel. De mobilofoon kraakt: ‘U beiden naar de Kijkduinstraat voor een echtelijke twist die volledig uit de hand loopt…’ Wij rijden de bewuste straat in en melden ons ter plaatse. Wij blijken de tweede auto te zijn. Als ik uitstap zie ik nog meer politieauto’s aankomen. Allemaal collega’s die elkaar nog maar kort kennen door de nieuw samengestelde wijkteams.

Op het balkon van het bewuste adres staat een vrouw hysterisch te schreeuwen. ‘Hij komt nu naar beneden, hij heeft een pistool!’ De adrenaline spuit zowat mijn oren uit bij dit bericht. Dit kan weleens heel link worden. Hoewel we een nieuw politieteam zijn, beseffen we allemaal hetzelfde: dekking zoeken!

Zonder verder overleg duiken we weg achter auto’s, ondertussen ons wapen trekkend… Ik zit achter in de laadruimte van een bestelbusje. Niet echt een veilige plek mocht het tot een vuurgevecht komen, dus verplaats ik me naar de zijkant van een motorkap van een andere auto. Motorblokken houden iets meer tegen. Hoop ik dan maar.

Het trapportaal van het huis waarvan de vrouw op het balkon staat, is open. Uit de deuropening komt een man. ‘Daar is hij, die klootzak’, roept de vrouw. Het hysterische geblèr begint me op de zenuwen te werken.

‘Politie, laat je handen zien!’, roept een van mijn collega’s. ‘Kom op man handen omhoog’, roep ik er overheen. De man reageert niet en houdt zijn handen stevig onder zijn oksels. Weer hysterisch geblèr vanaf het balkon. ‘Mens, ga naar binnen, we komen zo bij je’, roep ik haar toe. Ik geef toe dat dit niet echt professioneel is, maar we hebben nu alle aandacht nodig voor de man. Nog een waarschuwing. Weer geen reactie. De man komt heel langzaam, onze kant op.

Ik overweeg een waarschuwingsschot, maar twijfel… Op dat moment gooit de man zijn handen omhoog en stapt heel snel achterwaarts in de richting van het trapportaal. O nee… Zeker niet terug, denk ik.

‘Dek ons’, roep ik naar de collega naast ons. Samen met een andere collega benaderen we de man vanuit een V-vorm. Ik houd mijn wapen nog steeds op hem gericht en we zijn nu snel bij hem. Ik berg mijn wapen. We trekken de man achterover en daarna leggen we hem snel op zijn buik en doen de boeien om. Alles onder controle, althans voor dit moment. De man wordt gefouilleerd, maar blijkt niet gewapend. We laten hem afvoeren. Hij wordt de eerste arrestant op ons pas verbouwde bureautje.

Nu naar boven de woning in. Kijken hoe het daar is. De vrouw die zo had staan schreeuwen op het balkon, zit nu hevig huilend in een stoel. Ze zit onder de blauwe en rode plekken en heeft ook duidelijk te veel gedronken. Op de bank in de woonkamer kijk ik in twee verdrietige kindergezichtjes. Twee meisjes. Ze zitten dicht tegen elkaar aan, in hun pyjamaatjes. Duidelijk bang.
Terwijl mijn collega zich over de dronken vrouw ontfermt, kniel ik neer bij de kindjes. Ze zijn hooguit drie en vijf jaar. Wat een leven hebben die hummels. Pa zit nu vast en moeder is te dronken om de kinderen hier bij haar achter te laten. Mijn collega krijgt de vrouw zo ver dat oma wordt gebeld. Daar kunnen de meisjes tijdelijk heen.
‘Zoveel mogelijk de natuurlijke omgeving laten behouden’, vertelde me ooit een deskundige. Kinderen lopen flinke schade op bij huiselijk geweld. Als ze naar een pleeggezin gaan, geeft dat extra druk.

De vrouw vertelt ons nog even doodleuk dat het verhaal over het pistool niet waar is. Ze wilde alleen zeker weten dat de man door ons zou worden meegenomen. Ik moet oppassen niet cynisch te worden. We noteren haar verklaring. Ze wil ook aangifte doen. Tenminste, nu nog wel. Vaak is er daags na een dergelijk incident ineens weer een gevoel van liefde en medelijden, en begint het hele circus weer van voren af aan.

De oma woont niet ver bij ons bureau vandaan. ‘Willen jullie mee in de politieauto naar oma?’, vraag ik. Ik zie pretlichtjes in hun oogjes verschijnen. ‘Ja, naar oma!’ Wij hebben in de politieauto vaak een paar ‘troostbeertjes’ aan boord voor kinderen die iets naars hebben meegemaakt. Deze komen nu goed van pas. Pa aan het bureau. Ma haar roes uitslapen. Kindjes bij oma. De zaak is weer onder controle. Wij gaan naar het bureau om de nodige processen-verbaal en rapporten op te maken. Het eerste dagje op ons nieuwe bureau!

]]>
Blog: 'Jij bent zeker ook verdrietig dat mijn broertje dood is' https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-jij-bent-zeker-ook-verdrietig-dat-mijn-broertje-dood-is.html Samen met mijn collega ga ik naar een melding van een slachtoffertje van achttien maanden, van wie de huisarts geen natuurlijk overlijden durft af te... blog Thu, 12 Sep 2019 18:00:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-jij-bent-zeker-ook-verdrietig-dat-mijn-broertje-dood-is.html 2019-09-12T18:00:00Z Samen met mijn collega ga ik naar een melding van een slachtoffertje van achttien maanden, van wie de huisarts geen natuurlijk overlijden durft af te geven. Onderweg in de auto bespreken we de casus.

]]>
Als we de woning binnen gaan, ligt het jongetje op een aankleedkussen op de eettafel. Het kind heeft een glimlach op zijn gezichtje. Op een gegeven moment loopt de vader naar mij toe en fluistert in mijn oor: “We hebben ook een dochter. Zij is nu op school, maar hoe gaan we dit vertellen?” De man barst in tranen uit en zijn emoties doen voelbaar iets in de woning. Ik leg mijn hand op zijn bovenarm om hem gerust te stellen. Hij kijkt mij aan en vraagt of ik hem wil helpen.

Ik leg de verdrietige ouders uit dat we niet te lang moeten wachten om het hun vierjarige dochter te vertellen. De vader is wanhopig en smeekt of ik alsjeblieft met hem mee wil gaan. Met instemming van de moeder loop ik met de vader naar de school. Het is hooguit drie minuten lopen, maar het voelt aan alsof we er uren over doen. Onderweg vraagt hij mij hoe we het gaan aanpakken en ik leg hem mogelijkheden uit. Vlak voor we de school binnenstappen vraagt hij of ik het slechte nieuws wil brengen.

Het meisje wordt uit de klas gehaald en zodra ze haar vader ziet springt ze in zijn armen. Terwijl zij bij haar vader op schoot zit, kijkt ze mij vragend aan: Wie ben jij? Ik leg haar uit dat ik iets heel verdrietigs moet vertellen. Het meisje kijkt mij begrijpend aan. Ik vertel haar dat haar broertje dood is en laat een pauze vallen om te kijken wat dit nieuws met haar doet. Het meisje begint hard te huilen en roept: “Ik wilde zo graag mijn broertje houden.” Plots stapt ze op en komt bij mij op schoot zitten. “Jij bent zeker ook verdrietig dat mijn broertje dood is?” Ik zeg dat ik het heel verdrietig vind dat zij haar broertje moeten missen. Het meisje slaat haar warme en plakkerige armpjes om mijn nek en vraagt of ze haar broertje nog mag zien voor hij onder de grond gaat. Wetende dat het jongetje er heel netjes en met een glimlach bij ligt, had ik deze mogelijkheid van tevoren al met haar ouders besproken. Ik leg haar uit wat we thuis aan gaan treffen en probeer me niet af te laten leiden door de hevig geëmotioneerde vader en juf naast me.

Het meisje springt zo plots als ze op schoot kwam zitten er weer vanaf. Ze vraagt of ze het in haar klas mag vertellen. Wij leggen haar uit dat we in de klas gaan zeggen dat ze naar huis gaat, omdat er iets ergs is gebeurd. Het meisje stemt in en vraagt of ik met haar mee wil lopen.

In de klas kijken zestig ogen in onze richting. Het meisje voelt de spanning en begint te huilen. Ik til haar op. Even laat ik mijn “politiemasker” zakken en zet mijn “juffenmasker” op. De kindjes verzamelen zich om ons heen en het meisje dat er iets ergs gebeurd is en dat ze naar huis moet. Dan laat ze een stilte vallen en zegt dat haar broertje dood is. De zestig oogjes worden allemaal vochtig en sommige kinderen beginnen hard te huilen. Met het meisje op mijn arm en de dertig andere kinderen aan mijn armen en benen hangend probeer ik mijn “juffenmasker” af te zetten. Het meisje zegt haar klasgenootjes gedag. Ik vind haar zo ontzettend dapper en vertel haar dit.

Met haar handje in de mijne lopen we naar huis. Vlak voor we naar binnen gaan vertel ik haar nogmaals wat ze aan gaat treffen. Het meisje rent op haar moeder af, knuffelt haar en rent daarna naar de eettafel, klimt op een stoel en kijkt van bovenaf naar haar broertje. Tranen stromen over haar wangen. Ik zie dat mijn collega’s in de kamer zichtbaar aangeslagen zijn door de reactie van het meisje. Het meisje springt van de stoel af en rent naar mij toe. Ze zegt dat ze nu bij haar nichtje gaat spelen, die altijd zo grappig is. Het doet me beseffen dat ze gelukkig nog een kind is. Als haar tante haar enige tijd later komt ophalen, zegt ze me gedag. Ik zeg dat ik haar een hele dappere en sterke meid vind. Het meisje springt in mijn armen en fluistert in mijn oor: “Je bent een hele lieve politie, net zo lief als mijn broertje alleen ben jij niet dood. Ik ga een mooie tekening voor je maken want jij bent nu mijn vriendin.” 

In de auto terug naar het bureau komen bij mij de tranen; weg “politiemasker”, weg “juffenmasker” gewoon even mens zijn. Dagen later wordt er een hele mooie tekening bezorgd van een grote ster, bloemen en twee poppetjes. De afzender: mijn “ vriendin”.

]]>