Landelijke feed | Alle blogs | politie.nl https://rss.politie.nl/rss/algemeen/blogs/blogs.xml Alle meest recente blogs nl Sun, 22 Sep 2019 15:25:40 GMT 2019-09-22T15:25:40Z nl Blog: 'Jij bent zeker ook verdrietig dat mijn broertje dood is' https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-jij-bent-zeker-ook-verdrietig-dat-mijn-broertje-dood-is.html Samen met mijn collega ga ik naar een melding van een slachtoffertje van achttien maanden, van wie de huisarts geen natuurlijk overlijden durft af te... blog Thu, 12 Sep 2019 18:00:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-jij-bent-zeker-ook-verdrietig-dat-mijn-broertje-dood-is.html 2019-09-12T18:00:00Z Samen met mijn collega ga ik naar een melding van een slachtoffertje van achttien maanden, van wie de huisarts geen natuurlijk overlijden durft af te geven. Onderweg in de auto bespreken we de casus.

]]>
Als we de woning binnen gaan, ligt het jongetje op een aankleedkussen op de eettafel. Het kind heeft een glimlach op zijn gezichtje. Op een gegeven moment loopt de vader naar mij toe en fluistert in mijn oor: “We hebben ook een dochter. Zij is nu op school, maar hoe gaan we dit vertellen?” De man barst in tranen uit en zijn emoties doen voelbaar iets in de woning. Ik leg mijn hand op zijn bovenarm om hem gerust te stellen. Hij kijkt mij aan en vraagt of ik hem wil helpen.

Ik leg de verdrietige ouders uit dat we niet te lang moeten wachten om het hun vierjarige dochter te vertellen. De vader is wanhopig en smeekt of ik alsjeblieft met hem mee wil gaan. Met instemming van de moeder loop ik met de vader naar de school. Het is hooguit drie minuten lopen, maar het voelt aan alsof we er uren over doen. Onderweg vraagt hij mij hoe we het gaan aanpakken en ik leg hem mogelijkheden uit. Vlak voor we de school binnenstappen vraagt hij of ik het slechte nieuws wil brengen.

Het meisje wordt uit de klas gehaald en zodra ze haar vader ziet springt ze in zijn armen. Terwijl zij bij haar vader op schoot zit, kijkt ze mij vragend aan: Wie ben jij? Ik leg haar uit dat ik iets heel verdrietigs moet vertellen. Het meisje kijkt mij begrijpend aan. Ik vertel haar dat haar broertje dood is en laat een pauze vallen om te kijken wat dit nieuws met haar doet. Het meisje begint hard te huilen en roept: “Ik wilde zo graag mijn broertje houden.” Plots stapt ze op en komt bij mij op schoot zitten. “Jij bent zeker ook verdrietig dat mijn broertje dood is?” Ik zeg dat ik het heel verdrietig vind dat zij haar broertje moeten missen. Het meisje slaat haar warme en plakkerige armpjes om mijn nek en vraagt of ze haar broertje nog mag zien voor hij onder de grond gaat. Wetende dat het jongetje er heel netjes en met een glimlach bij ligt, had ik deze mogelijkheid van tevoren al met haar ouders besproken. Ik leg haar uit wat we thuis aan gaan treffen en probeer me niet af te laten leiden door de hevig geëmotioneerde vader en juf naast me.

Het meisje springt zo plots als ze op schoot kwam zitten er weer vanaf. Ze vraagt of ze het in haar klas mag vertellen. Wij leggen haar uit dat we in de klas gaan zeggen dat ze naar huis gaat, omdat er iets ergs is gebeurd. Het meisje stemt in en vraagt of ik met haar mee wil lopen.

In de klas kijken zestig ogen in onze richting. Het meisje voelt de spanning en begint te huilen. Ik til haar op. Even laat ik mijn “politiemasker” zakken en zet mijn “juffenmasker” op. De kindjes verzamelen zich om ons heen en het meisje dat er iets ergs gebeurd is en dat ze naar huis moet. Dan laat ze een stilte vallen en zegt dat haar broertje dood is. De zestig oogjes worden allemaal vochtig en sommige kinderen beginnen hard te huilen. Met het meisje op mijn arm en de dertig andere kinderen aan mijn armen en benen hangend probeer ik mijn “juffenmasker” af te zetten. Het meisje zegt haar klasgenootjes gedag. Ik vind haar zo ontzettend dapper en vertel haar dit.

Met haar handje in de mijne lopen we naar huis. Vlak voor we naar binnen gaan vertel ik haar nogmaals wat ze aan gaat treffen. Het meisje rent op haar moeder af, knuffelt haar en rent daarna naar de eettafel, klimt op een stoel en kijkt van bovenaf naar haar broertje. Tranen stromen over haar wangen. Ik zie dat mijn collega’s in de kamer zichtbaar aangeslagen zijn door de reactie van het meisje. Het meisje springt van de stoel af en rent naar mij toe. Ze zegt dat ze nu bij haar nichtje gaat spelen, die altijd zo grappig is. Het doet me beseffen dat ze gelukkig nog een kind is. Als haar tante haar enige tijd later komt ophalen, zegt ze me gedag. Ik zeg dat ik haar een hele dappere en sterke meid vind. Het meisje springt in mijn armen en fluistert in mijn oor: “Je bent een hele lieve politie, net zo lief als mijn broertje alleen ben jij niet dood. Ik ga een mooie tekening voor je maken want jij bent nu mijn vriendin.” 

In de auto terug naar het bureau komen bij mij de tranen; weg “politiemasker”, weg “juffenmasker” gewoon even mens zijn. Dagen later wordt er een hele mooie tekening bezorgd van een grote ster, bloemen en twee poppetjes. De afzender: mijn “ vriendin”.

]]>
Blog: Een mooie dag https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-een-mooie-dag.html Kwart over vijf ’s ochtends is het als ik mezelf het bed uit sleur. Ondanks het vroege uur voel ik me goed. Ik heb er zin in vandaag, want ik mag met... blog Fri, 30 Aug 2019 15:00:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-een-mooie-dag.html 2019-08-30T15:00:00Z Kwart over vijf ’s ochtends is het als ik mezelf het bed uit sleur. Ondanks het vroege uur voel ik me goed. Ik heb er zin in vandaag, want ik mag met leuke collega´s werken en het wordt lekker weer. Iets voor half zeven stap ik het politiebureau binnen en schuif aan tafel. De nachtdienst heeft het rustig gehad. De pot met vers gezette koffie komt mijn kant op. Even rustig wakker worden.

Oh ja, de mannen van de nachtdienst hadden nog wel een dingetje. Er is een carjacking geweest, rond twee uur ‘s nachts, waarbij een vuurwapen is gebruikt. Voor de zekerheid noemt mijn collega het kenteken van de auto. Het betreft een blauwe Ford zegt hij, een Focus. Lacherig voegt hij eraan toe dat het wel heel bijzonder zou zijn als dat voertuig onze kant op zou komen. We zijn het met hem eens dat die kans wel klein is. Toch zie ik iedereen van de ochtendploeg het kenteken van de Ford in zijn boekje noteren.
Dan komt er een bericht van de meldkamer: ‘Op de Groene Kruisweg krijgen wij een ANPR-hit van een gestolen voertuig, het betreft een blauwe Ford Focus, voorzien van kenteken…’.

We springen meteen overeind. Dus toch. Die gaan we pakken, denk ik nog. Met twee politieauto’s rijden we naar het opgegeven adres. Voordat we wegrijden, besluiten mijn maat en ik om onze zware kogelwerende vesten maar meteen aan te trekken. Er was toch een vuurwapen gebruikt bij die carjacking.

Met enige spoed haasten wij ons naar de Groene Kruisweg. Wij gaan rechtsaf en ik zie de collega’s in de andere politieauto rechtdoor rijden. Mijn collega en ik vragen ons af waar zij naartoe gaan, het zal wel. Opeens zie ik dat de Ford Focus komt aangereden. Shit, dat is snel. Ik geef mijn porto aan mijn collega en concentreer me op het voertuig. Ik heb de indruk dat de bestuurder van de Ford mij heeft gezien. Niet gek natuurlijk, aangezien we in een politiebus rijden. Hij versnelt en wij gaan erachter aan.
Ik bespreek met mijn collega dat zij de straten doorgeeft, terwijl ik de Ford blijf volgen. Opeens komt links een herkenbare auto aanrijden; het is de wijkagent. Toch fijn als je ervaren collega’s hebt die de wijk goed kennen. De wijkagent blokkeert de weg met zijn auto en stapt uit.

De Ford komt aangereden, vlucht de stoep op en passeert de wijkagent die met getrokken pistool klaarstaat. Ik blijf de Ford volgen en zie dat de bestuurder zijn linker voor -en achterband lek gereden heeft. ‘Mooi, dan is de snelheid eruit’, denk ik. ‘Rustig blijven volgen tot we een veilige plek vinden waar we de bestuurder tot stoppen kunnen dwingen.’ Ik zie dat hij nu moeite heeft om de auto onder controle te houden. Hij slingert over de weg en raakt daarbij een aantal geparkeerd staande auto’s.
Hij rijdt een doodlopende straat in. ‘Oké, het gaat zo gebeuren’, denk ik, ‘hij rijdt zich vast klem en dan pakken we hem.’ De straat eindigt in een smal voetpad met rechts daarvan een schuurtje. Dat gaat niet passen… toch wel. Nu rijden we op een voetpad van een meter breed met gras aan de linkerkant en rechts bomen. Dat wordt dus het grasveld. Dit is een goede plek om de bestuurder van de Ford tot stoppen te dwingen, maar in het gras heb ik te weinig grip.

Aan het einde van dit grasveld zit ik vlak achter op de Ford en kan ik hem een tikkie geven, in de hoop dat de auto om zijn as draait… jammer. De Ford begint nu wel te roken. Zwarte wolken komen uit de auto. De bestuurder staakt zijn vlucht en met een uitpraatprocedure en getrokken wapens kunnen we de verdachte aanhouden. Hij wordt geboeid en bij ons achter in de bus gezet. Daar staan we dan met zijn vijven, om kwart voor zeven. Wat een goed gevoel, ik ben meteen wakker. De adrenaline giert door mijn lichaam. We kijken elkaar aan en geven elkaar een high five. Lekker gewerkt boys en girls. In de Ford ligt, op de grond bij de bestuurderstoel, een tasje met daarin het vuurwapen. Er wordt een takel geregeld en weet ik wat allemaal wat nog meer. Ik bespreek een veel belangrijker onderwerp met mijn maat, waar is mijn zonnebril? Want het wordt een mooie dag.

]]>
Blog: Crisisdienst https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-crisisdienst.html Ik heb middagdienst als er een hulpeloze jonge vrouw wordt binnengebracht. Mijn collega’s willen haar laten beoordelen door de crisisdienst. Ik loop... blog Fri, 16 Aug 2019 15:00:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-crisisdienst.html 2019-08-16T15:00:00Z Ik heb middagdienst als er een hulpeloze jonge vrouw wordt binnengebracht. Mijn collega’s willen haar laten beoordelen door de crisisdienst. Ik loop naar ze toe om een handje te helpen. De vrouw is begin twintig. Het eerste wat mij opvalt, is de blik in haar ogen: die komt op mij over als pure paniek en angst.

Ze stribbelt tegen om mee naar binnen te gaan. Ik help de collega’s om haar in de ophoudkamer te plaatsen. Dit blijkt een grotere uitdaging dan gedacht. Ze is klein, maar beresterk. Mijn collega probeert het gesprek met haar aan te gaan. Rustige toon, vragen herhalen en haar manen te gaan zitten. Na enige inspanning lukt dit. Maar er komt weinig samenhangends uit de jonge vrouw.  Dan wordt de collega die met haar in gesprek is, weggeroepen en neem ik zijn plek over.

Ik zit naast het in elkaar gekropen meisje. Het is duidelijk te ruiken dat ze zich een paar dagen niet heeft gewassen. Ze wil ook graag douchen, geeft ze aan. Ik zeg haar dat die mogelijkheid er niet is in ons bureau. Het duurt even, maar terwijl we zo praten, win ik haar vertrouwen. Steeds wil ze graag mijn hand of mijn arm vasthouden. Er is mij al ingefluisterd dat dit bij haar ziekte hoort. Ik vraag mij af wat er in haar hoofd omgaat.

Intussen gaan mijn collega’s in gesprek met de crisisdienst. We hebben inmiddels al een heel dossier over haar opgebouwd. De arts van de crisisdienst gaat met de jonge vrouw in gesprek. Ze zegt dat ze opgenomen wil worden, dat ze niet naar huis durft en dat ze bang is. Ik durf wel te stellen, doodsbang.
De crisisdienst gaat in overleg om te onderzoeken waar een plek beschikbaar is voor een vrijwillige opname. Er is geen plek voor haar, zo blijkt. Niet in de buurt en ook niet wat verder weg.

Van de arts krijgt ze wat medicatie en de mededeling dat zij thuis moet slapen. Ze raakt in paniek en geeft duidelijk aan dat dat niet kan. Ik voel boosheid opkomen. Boosheid en onrechtvaardigheid. Het kan toch niet zo zijn dat er geen zorg is voor haar? Uiteindelijk brengen mijn collega en ik haar naar huis.

De rust is maar van korte duur, want iedere dag komen er opnieuw meldingen over haar binnen. Ze springt voor auto’s, valt mensen lastig en het geduld van de buurtbewoners raakt op. Om de haverklap nemen wij haar mee naar het bureau. Daar wordt ze beoordeeld door de crisisdienst en dan weer weggestuurd. De geschiedenis herhaalt zich. Ik trek het mij aan en bespreek de situatie met een collega. Het probleem  is, dat de vrouw een dusdanig gecompliceerde persoonlijkheidsstoornis heeft, dat dit bijna niet te behandelen valt.

Het is ondertussen een week of wat verder en ik heb ochtenddienst. De noodhulp is opnieuw naar haar onderweg. Ik weet dat er deze middag over haar een nieuw crisisoverleg is. Hoewel er is gezegd dat beoordelen geen zin heeft, nemen collega’s uit de noodhulp haar weer mee. De paniek van de vorige keer herhaalt zich, ze lijkt verwarder dan ooit en ik heb niet het idee dat ze sindsdien een douche heeft gezien. Wij dringen aan op een beoordeling.

De volgende dag hoor ik in de avonddienst over de afloop: ze is beoordeeld en wordt eindelijk opgenomen.

Enerzijds ben ik blij dat ze nu is opgenomen en ik hoop van harte dat ze de hulp krijgt die ze nodig heeft. Anderzijds ben ik teleurgesteld, omdat er heel lang kennelijk niemand iets kon met deze jonge vrouw. Dat heel lang niemand haar echt heeft geholpen. En dat wij dit in de praktijk zo vaak moeten tegenkomen.. Ik ben dan ook trots op mijn collega’s, die elke keer weer het geduld opbrengen om met deze mensen, mensen met een psychische aandoening, om te gaan.

]]>
Politiemensen delen sinds oktober 2013 hun dagelijkse belevenissen met u in blogs. Zij schrijven hun verhalen in eigen tijd. Sinds juni 2015 vertellen enkelen hun ervaringen ook in korte video’s onder de noemer: ‘Echte politieverhalen’. De blogs en video’s zijn te vinden op politie.nlTwitter (@Politie) en Facebook (Politie Nederland). U kunt daar ook reageren op een verhaal. Lees en bekijk meer blogs en politieverhalen op de overzichtspagina Politieverhalen.

]]>
Tim Boon is werkzaam bij de VOA Noord-Holland. Hij begon bij de politie in 2001 bij de regio Kennemerland in het basisteam Zandvoort en heeft in 2007 de overstap gemaakt naar het basisteam IJmond-Noord, wat later team IJmond werd. Sinds begin 2019 loopt hij stage bij de afdeling VOA van de eenheid Noord-Holland. Tim: ‘Na bijna 20 jaar in de noodhulp als motorrijder te hebben gewerkt, ben ik vanwege medische redenen overgestapt naar de VOA. Ik heb altijd met veel plezier in de noodhulp gewerkt. Het werken met allerlei verschillende inwoners met hun eigen problemen heeft mij altijd geboeid en gefascineerd. De verscheidenheid aan meldingen hebben mij altijd uitgedaagd. Nu op een hele andere afdeling, maar desalniettemin evengoed vol met nieuwe uitdagingen en boeiende zaken!’.

 

]]>
Tim Boon
Blog: Broers https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-broers.html Het is september 2005, samen met mijn maat hebben we een drukke ochtenddienst met allerlei klusjes en meldingen. De meldkamer vraagt ons naar een... blog Thu, 01 Aug 2019 18:00:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-broers.html 2019-08-01T18:00:00Z Het is september 2005, samen met mijn maat hebben we een drukke ochtenddienst met allerlei klusjes en meldingen. De meldkamer vraagt ons naar een woning te rijden waar de bewoner geen gehoor geeft. Dit soort meldingen kunnen altijd twee kanten op: óf er is niets aan de hand en de bewoner doet vrolijk de deur open, óf het is gigantisch mis.

Als we in de straat aankomen, blijkt dat de betreffende woning op de vierde etage van een appartementencomplex ligt. Het is nog een hele klus om het portiek binnen te komen. We bellen aan en komen via de buren naar binnen. Eenmaal boven bij de voordeur van de woning wordt er niet opengedaan. Bellen, kloppen, roepen… geen gehoor. Ik houd mijn oor tegen de voordeur: “Hallo, politie!” roep ik en nogmaals bons ik op de deur.
Ik luister goed en hoor heel zachtjes een mannenstem roepen: “Help, help, schiet op”. Na een korte aanloop plant ik mijn maat 46 dienstschoen tegen de voordeur. In eerste instantie geeft die niet mee. BAM, BAM, BAM! Met het nodig gekraak breekt de deur open. Ik ren met mijn maat de woonkamer in en zie een bejaarde man op de grond liggen. Hij ademt slecht en praat zachtjes tegen mij. Hij geeft aan dat hij last van zijn heup heeft. Ik zie dat hij uitgedroogd is en dringend zorg nodig heeft. Dus geef ik door: ‘’Meldkamer, met spoed een ambulance!’’
“Mijn broer” zegt de man tegen mij. Wat bedoelt u, vraag ik hem? “Mijn broer ligt in de slaapkamer.” Met een noodgang rent mijn maat naar de slaapkamer. Daar ligt tussen het bed en de verwarming ingeklemd een bejaarde man op de vloer. Hij ziet er slecht uit, maar ademt wel. Dus meld ik weer: “Meldkamer, graag een tweede ambulance!” En dan gaat het snel.
Ambulancebroeders ontfermen zich over de bejaarde broers, beiden dik in de 80 jaar. Ze krijgen de nodige infusen en medicatie toegediend. Een van de broers is zwaar suikerpatiënt. Uit hun eerste korte verklaringen blijkt dat ze ongeveer twee dagen op de grond van hun woning hebben gelegen. Toen de ene broer uit bed was gevallen, kwam de andere broer uit de woonkamer om hem te helpen. Totdat ook hij hard viel en gewond raakte. De broers lagen zo twee dagen op de grond en konden elkaar geen hulp bieden. Over een noodlottig toeval gesproken…
Een van de ambulancebroeders spreekt mij aan: “Uhm, de twee brancards passen niet goed door het portiek en we willen de bejaarde mannen voorzichtig vervoeren”. Er is ook geen lift in het gebouw. Mijn maat en ik vragen de brandweer te laten komen. Met een hoogwerker worden beide broers door het openstaande raam op een brancard naar beneden getakeld. Beide keren onder luid applaus van bewoners uit de buurt.
Een van de twee broers overlijdt twee weken later als gevolg van de gebeurtenissen. De ander heeft nog enkele jaren van het leven kunnen genieten.

]]>
Politiemensen delen sinds oktober 2013 hun dagelijkse belevenissen met u in blogs. Zij schrijven hun verhalen in eigen tijd. Sinds juni 2015 vertellen enkelen hun ervaringen ook in korte video’s onder de noemer: ‘Echte politieverhalen'. De blogs en video’s zijn te vinden op politie.nlTwitter (@Politie) en Facebook (Politie Nederland). U kunt daar ook reageren op een verhaal. Lees en bekijk meer blogs en politieverhalen op de overzichtspagina Politieverhalen.

]]>
Remco begon in 1999 zijn politiecarrière als surveillant bij de toenmalige regio Rotterdam-Rijnmond. Na jarenlang in het publiek domein gewerkt te hebben in het district Oost en district Noord, begon hij in 2012 aan de opleiding tot agent. Daarna werkte hij als Generalist GGP op het basisteam Midden-Schieland van Rijnmond Noord. Op dit moment is Remco werkzaam als generalist tactische opsporing bij de eenheid Den Haag. Remco: ‘Misschien erg cliché maar dit vak blijft uitdagend. Geen dag is hetzelfde en met je professionele vrijheid kan je het zo interessant maken als je wil. Puttend uit de jarenlange praktijkervaring heb ik meerdere verhalen geschreven. En sommige gepubliceerd op de Facebookpagina van ons mooie bureau. Zo schrijf ik het van mij af, een uitlaakleppie.’

]]>
remco blom
Blog: Gefopt! https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-gefopt.html Er komt een melding binnen van een aangehouden winkeldief bij de Edah en of ik er even naar toe kan. De patrouille is al bezet. Ter plaatse tref ik... blog Fri, 19 Jul 2019 06:00:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-gefopt.html 2019-07-19T06:00:00Z Er komt een melding binnen van een aangehouden winkeldief bij de Edah en of ik er even naar toe kan. De patrouille is al bezet.
Ter plaatse tref ik een oude mevrouw aan, die me met grote ogen verschrikt aankijkt. Het winkelpersoneel vertelt dat ze 26 pakjes Caballero-sigaretten in haar boodschappentas op wieltjes heeft zitten, die ze niet heeft betaald. De vrouw zegt dat ze er niets van snapt, ze rookt niet eens.

Ik bekijk haar nog eens goed. Ik schat haar ergens in de 80, maar misschien ook wel in de 90. Ze draagt een zwarte rok en een zwart vestje en om haar hals een kettinkje met parels. Ze draagt zwarte schoenen, aan de vorm kun je zien dat ze “moeilijke voeten” heeft. Ze draagt haar grijze dunne haren in een knotje. Een trouwring zit diep om haar vingers. Ze lacht nog eens verlegen naar me en zegt weer dat ze er niets van snapt en dat ze niet weet hoe de sigaretten in haar tas zijn gekomen. Ze wil ze graag gelijk weer terug geven. Ik voel een zwak voor haar.

Het winkelpersoneel houdt voet bij stuk. De oude vrouw heeft bewust lopen jatten, zeggen ze. Ik kan me er niets bij voorstellen. ‘’Moet ik mee naar het bureau?’’, vraagt de vrouw. Ja, zeg ik, dat moet wel. ‘’Moet ik in de boeien?’’, vraagt ze dan. Ik zeg haar dat dat niet hoeft, dat ze zonder boeien bij mij in de auto mag. Ik laat haar plaatsnemen naast mij, op de passagiersstoel. Het is een aardige oude vrouw. Het is maar 500 meter naar het bureau, dus we zijn er zo.

Op het bureau wordt zij voorgeleid aan de hulpofficier van justitie (HOVJ). De voorgeleiding duurt langer dan normaal. Ook hij heeft direct een zwak voor haar, haalt een kopje koffie voor haar om tot rust te kunnen komen. Daarna wordt het verdere onderzoek aan mij overgedragen. Maar ja, wat doen we met haar? Hij stelt voor haar nog even te horen en afstand van de 26 pakjes Caballero te laten doen. Daar kunnen we het dan bij laten.

Ik ga weer terug naar de verhoorkamer en spreek met de vrouw. Ze woont hier niet in de buurt en ik vraag me af wat ze helemaal hier komt doen. Ze is sinds een jaar weduwe en haar kinderen wonen ver weg. Daarom heeft ze besloten om telkens ergens anders boodschappen te doen. Dan komt ze de dag een beetje door.

We praten verder over koetjes en kalfjes en de tijd tikt langzaam weg. Ten slotte neem ik de pakjes sigaretten in beslag om die later terug te geven. Als ik haar uitlaat, pakt ze mijn hand en belooft mij plechtig heel goed op te letten dat dit niet meer gebeurt. Ze bedankt me nog voor de koffie en als ze weg loopt, zwaaien we naar elkaar.

Ik vertel de HOVJ hoe het gegaan is en dat ik de sigaretten even terug zal brengen naar de Edah. In de verhoorkamer liggen de sigaretten nog steeds op tafel. Ik doe ze in de tas en tel… 24 pakjes? IK tel ze nog eens en kom weer op 24 pakjes uit. Ik weet zeker dat er niemand in de tussentijd binnen is geweest en dat de vrouw afstand had gedaan van 26 pakjes.

Ik loop naar de voordeur van het bureau, maar de oude vrouw is verdwenen. Ik begin te lachen…

Bij navraag in haar woonplaats blijkt dat de vrouw het laatste jaar wel honderd keer is opgepakt voor winkeldiefstal, maar niemand heeft een PV opgemaakt of transactie uitgedeeld. We hebben ons allemaal door haar laten foppen.

(Het verhaal speelt zich af in 1986, inmiddels kan een persoon niet zo vaak voor eenzelfde vergrijp worden aangehouden zonder dat een agent dit direct duidelijk wordt)

]]>
Politiemensen delen sinds oktober 2013 hun dagelijkse belevenissen met u in blogs. Zij schrijven hun verhalen in eigen tijd. Sinds juni 2015 vertellen enkelen hun ervaringen ook in korte video’s onder de noemer: ‘Echte politieverhalen'. De blogs en video’s zijn te vinden op politie.nlTwitter (@Politie) en Facebook (Politie Nederland). U kunt daar ook reageren op een verhaal. Lees en bekijk meer blogs en politieverhalen op de overzichtspagina Politieverhalen.

]]>
Marina de Bruin is als Senior Tactische Recherche werkzaam bij de Landelijke Eenheid, Dienst Landelijke Recherche. In 1982 ging zij naar de opleidingsschool in Harlingen en daarna werkte zij als wachtmeester der Rijkspolitie in het District Nijmegen. In 1996 stapte zij over naar het Kernteam Noord-Oost Nederland. Sinds die overstap heeft zij als rechercheur op verschillende locaties door heel Nederland gewerkt.

Marina: “Het meest gelachen heb ik aan het begin van mijn carrière, toen ik me nog dagelijks verbaasde over hoe de mensen leven, met elkaar omgaan en hoe ze zich gedragen. En als je denkt dat je alles wel gezien hebt, komt er een nieuw onderzoek waar je toch weer versteld staat.”

]]>