Landelijke feed | Alle blogs | politie.nl https://rss.politie.nl/rss/algemeen/blogs/blogs.xml Alle meest recente blogs nl Mon, 15 Jul 2019 21:29:55 GMT 2019-07-15T21:29:55Z nl Blog: Zorgen op zolder https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-zorgen-op-zolder.html Gewoon een inbraak waar ik sporenonderzoek mag doen. Als ik met mijn sporenkoffer het pad naar de vrijstaande woning oploop, zie ik een bejaard... blog Fri, 05 Jul 2019 06:00:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-zorgen-op-zolder.html 2019-07-05T06:00:00Z Gewoon een inbraak waar ik sporenonderzoek mag doen. Als ik met mijn sporenkoffer het pad naar de vrijstaande woning oploop, zie ik een bejaard echtpaar in de woonkamer zitten. Aanbellen is niet nodig, een man van een jaar of vijftig doet de deur voor mij open en stelt zich voor als de zoon van het echtpaar.

Ik loop achter hem aan en stel mij voor aan de bejaarde bewoners. De oude man maakt wat grapjes, de vrouw vraagt of ik koffie wil. Ik zeg dat ik eerst het sporenonderzoek ga doen. De zoon zegt dat hij mij alles zal laten zien.
Terwijl ik het opengebroken raam onderzoek, valt me op dat hij er een stuk bezorgder uitziet dan zijn ouders. Daarna loop ik met hem door het huis heen. Hij vertelt dat er voor kapitalen aan gouden sieraden is weggehaald. Erfstukken.
Hij is overduidelijk erg van slag en vertelt dan dat zijn ouders eigenlijk niet meer in dit huis kunnen wonen. Zijn vader wordt dement en doet hard zijn best om dit te verbergen met grapjes en trucjes. En zijn moeder is lichamelijk erg slecht. Ik luister alleen maar terwijl ik ondertussen de sporen zoek.
Dan komen we bij de opengebroken kluis, weggewerkt achter het dakbeschot op zolder. De ruimte is krap. De man vertelt dat het hem gelukt is zijn ouders weg te houden bij de kluis. Hij hoopt dat hierop nog de sporen van de dader te vinden zijn, zodat de sieraden terugkomen.
Ik kruip achter het dakbeschot en als ik met mijn lamp in de kluis kijk, zie ik papieren keurig netjes opgestapeld in de kluis liggen. Niet passend bij doorzoeken, zoals een inbreker dat zou doen. Ik vraag de man of het zo aangetroffen is na de inbraak. Hij kijkt om het hoekje en loopt dan naar beneden. Ik onderzoek ondertussen met poeders de kluis op vingerafdrukken. En die vind ik. Maar ook handschoensporen.
De man komt weer naar boven lopen, het huilen staat hem nader dan het lachen. “Mijn vader zegt dat hij niks bij de kluis heeft gedaan, maar na de inbraak lag alles eruit. Mijn moeder kan niet meer boven komen. Hij moet het dus toch gedaan hebben, ondanks dat we hem gevraagd hebben de kluis niet aan te raken. Mag ik kijken hoe het ligt?”
Ik knik bevestigend en de man kruipt in de krappe ruimte naast me achter het dakbeschot. Als hij ziet hoe netjes alles in de kluis ligt is hij ervan overtuigd dat zijn vader de kluis weer in heeft geruimd. “Hij wist het echt niet meer… Hij doet zo zijn best om te verbergen dat hij dement aan het worden is. En dat lukt hem ook nog. Maar soms, nu dus, valt hij door de mand, hij gaat zo hard achteruit…”  “En nou ga je die inbreker zeker ook niet meer vinden, nu alle sporen weg zijn?”
Ik laat de man zien wat ik gevonden heb. Vingerafdrukken. Ongetwijfeld van zijn vader. En de handschoensporen. Ongetwijfeld van de dader. Ik leg hem uit dat vader het onderzoek dus echt niet verstoord heeft. De man kruipt achter het dakbeschot weg, ik neem de werktuigsporen op de kluis af. Hopelijk kunnen we daar nog wat mee.
Even later drink ik koffie met de man en zijn ouders. De vader lacht veel, maakt grapjes. Hij kan het inderdaad goed verbergen dat hij niet meer alles weet en onthoudt. Als ik even later wegga wens ik de zoon sterkte. Ik zal deze inbraak niet snel vergeten.

]]>
Politiemensen delen sinds oktober 2013 hun dagelijkse belevenissen met u in blogs. Zij schrijven hun verhalen in eigen tijd. Sinds juni 2015 vertellen enkelen hun ervaringen ook in korte video’s onder de noemer: ‘Echte politieverhalen’. De blogs en video’s zijn te vinden op politie.nlTwitter (@Politie) en Facebook (Politie Nederland). U kunt daar ook reageren op een verhaal. Lees en bekijk meer blogs en politieverhalen op de overzichtspagina Politieverhalen.

]]>
Over de blogger

Henrieke Schoonekamp werkt sinds 2001 bij de politie. In 2007 begon ze bij het Team Forensische Opsporing in de Eenheid Oost Nederland. Henrieke: ‘Als forensisch medewerker krijg ik te maken met allerlei delicten, van inbraak tot moord en doodslag. Goed sporenonderzoek draagt er aan bij dat een misdrijf wordt opgelost en de juiste dader gestraft wordt. Ik besloot mijn ervaringen op te schrijven, omdat ik vaak in heel bijzondere, heftige, leuke en ontroerende situaties terecht kom. En om mensen een inkijkje bij Forensische Opsporing te geven! Sinds kort mag ik mijn verhalen ook voor de camera vertellen.’ Naast haar werk bij de politie werkt Henrieke af en toe een paar weken als vrijwilliger bij een kindertehuis in het buitenland.

]]>
Henrieke Schoonekamp
Blog: Truus in de tram https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-truus-in-de-tram.html Het is zomaar een dagdienst op een maandag als de melding komt: ‘Bejaarde vrouw gevallen in de tram na een noodstop bij het Centraal Station.’ We... blog Thu, 20 Jun 2019 18:00:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-truus-in-de-tram.html 2019-06-20T18:00:00Z Het is zomaar een dagdienst op een maandag als de melding komt: ‘Bejaarde vrouw gevallen in de tram na een noodstop bij het Centraal Station.’
We gaan snel ter plaatse, handschoenen aan, verbandtrommel mee. De tram is leeg op het RET-personeel en een oud vrouwtje na. Laten we haar Truus noemen, want ze doet mij denken aan mijn oma. Een stoer mens dat al veel heeft meegemaakt maar nog steeds bij de pinken is en humor heeft.

]]>
Truus zit naast een mevrouw van de RET. ‘Wat komen jullie nou weer doen? Ik heb geen pleisters nodig hoor. En ik ben ook niet vies, dus doe die handschoentjes maar uit’, zegt Truus tegen ons. ‘Ik ben op mijn snufferd gegaan, want het afstapje is te hoog. Ik ben dan wel 88 jaar, maar kan ondanks mijn kunstheup nog best uit de voeten hoor. Maar mag ik nu weg? Anders mis ik zo de andere tram. Na een kleine discussie hebben we Truus toch kunnen overtuigen om even op de ambulance te wachten.
De ambulancebroeder: ‘Nou mevrouw, ik zal even naar uw heup kijken.’ Truus: ‘Hier in de tram? Je moet niet denken dat ik hier in mijn blote kadetten ga staan!’ Ambulancebroeder: ‘Nee mevrouw, dat lukt zo ook wel.’ Truus: ‘Vroeger deed ik dat wel, maar dan alleen voor mijn man hoor. Haha! Maar natuurlijk niet in de tram! Hihi!’
Ambulancebroeder: ‘Mevrouw, er is niets gebroken. Misschien is het gekneusd, dus als u er last van hebt moet u even de huisarts bellen.’ Truus: ‘Mooi! Mag ik nu weg? Ik moet een tram halen!’ Ik: ‘Mevrouw, zullen wij u thuis brengen?’ Truus: ‘Ach jongen, als jij dat graag wil. Ik vind het best.’

Ik zet onze bus naast de tram en we helpen Truus in de politieauto. Onderweg naar Kralingen gaat Truus vertellen: ‘Ik kom net van m'n man. Hij is dement. Hij woont in een verzorgingstehuis. We hadden voor de oorlog al verkering. Hij zei altijd dat hij mij zo'n mooi meisje vond. En dan zei ik altijd dat hij zo'n mooi jongetje was. In de oorlog moest hij naar Duitsland om te werken. Ik heb toen lang niks van hem gehoord. Ik heb hem toen zo gemist. Het leven was zwaar in de oorlog. In de winter van 1944 ben ik vanuit Rotterdam naar Drenthe gelopen om te proberen eten te krijgen bij de boeren. Ik moest voor ons hele gezin zorgen. Na de oorlog stond hij opeens weer voor de deur. Ik was zo blij om hem weer te zien. We zijn in 1946 getrouwd. Toen noemde hij mij niet meer zijn meisje, maar zijn vrouw. We waren zo gelukkig samen. Nu wonen we niet meer bij elkaar. Dat gaat niet meer. 

Hij vraagt mij ook waarom we niet meer samenwonen. Ik vertel hem dat het niet gaat omdat hij ziek is. Hier moet hij altijd lang over nadenken en vraagt dan vaak: “Als ik beter ben, mag ik dan weer bij jou wonen?” Ik zeg hem dan altijd dat ik veel van hem houd en dat ik hem meteen mee naar huis neem als hij beter is. Hij zegt dan dat hij zijn best gaat doen om snel weer beter te worden. Ik ga elke dag bij hem op bezoek. Gelukkig herkent hij me nog steeds.’
Er valt een korte stilte waarna ze zegt: ‘Hier is het jongens. Hier op de hoek moet ik er uit.’ We helpen Truus uit de bus en begeleiden haar naar de voordeur. Dan zegt ze: ‘Nou jongens, nu snel weer belangrijke dingen doen. Zo'n oude vrouw helpen is natuurlijk helemaal niet waarom jullie bij de politie zijn gegaan. Boeven vangen is veel spannender. Bedankt voor de lift.’

Mijn maat en ik stappen in de politieauto en kijken elkaar aan. We denken precies hetzelfde: ‘Dit is precies een van de dingen waarom we bij de politie zijn gegaan.’
Op naar de volgende melding.

]]>
Politiemensen delen sinds oktober 2013 hun dagelijkse belevenissen met u in blogs. Zij schrijven hun verhalen in eigen tijd. Sinds juni 2015 vertellen enkelen hun ervaringen ook in korte video’s onder de noemer: ‘Echte politieverhalen'. De blogs en video’s zijn te vinden op politie.nlTwitter (@Politie) en Facebook (Politie Nederland). U kunt daar ook reageren op een verhaal. Lees en bekijk meer blogs en politieverhalen op de overzichtspagina Politieverhalen.

]]>
George Vos is werkzaam bij de Zeehavenpolitie in Rotterdam. Hij begon in  2000 bij de politie in de eenheid Rotterdam. Na werkzaam geweest te zijn in Rotterdam-Zuid en Rotterdam-Centrum werkte hij twee en een half jaar in het landelijke gedeelte van deze eenheid in het basisteam Haringvliet. George: ‘Het werk in het centrum van Rotterdam en nu in het buitengebied is een verschil van dag en nacht. Beide brengen hun eigen problematiek en de daarbij horende uitdagingen met zich mee.’

]]>
George Vos
Blog: Stuurloos op het water https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-stuurloos-op-het-water.html Het was een prachtige zomerdag waarop veel mensen verkoeling op het water hebben gezocht. De zon is bijna ondergegaan en de meeste mensen zijn alweer... blog Thu, 06 Jun 2019 18:00:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-stuurloos-op-het-water.html 2019-06-06T18:00:00Z Het was een prachtige zomerdag waarop veel mensen verkoeling op het water hebben gezocht. De zon is bijna ondergegaan en de meeste mensen zijn alweer naar huis, als er een gesprek binnenkomt op het Regionaal Servicecentrum van de Politie Limburg.

Een man vertelt dat hij gezellig met zijn vrouw, twee kinderen en zijn vader is gaan varen met hun bootje. Tot zijn grote schrik is de motor uitgevallen en nu drijven ze stuurloos over de Maas. De man ziet geen andere oplossing dan de politie om hulp te vragen. Hij vertelt wat er aan de hand is, maar geeft ook aan dat zijn vader dringend medicijnen nodig heeft voor zijn suikerziekte. Helaas staan die thuis en de man begint nu toch wat in paniek te raken.

Dit hele gebeuren is niet zonder gevaar. Stuurloos drijven op een rivier waar ook veel vrachtverkeer vaart, is geen prettig gevoel. En zeker niet als het bijna donker is. Ik vraag hem waar hij ongeveer vaart op de Maas. Hij geeft aan dat het ergens in de buurt van Roermond is. Zo’n melding heb ik nog niet eerder gehad en ik noteer de gegevens van de melder, met welke boot ze onderweg zijn en zijn telefoonnummer. Ik spreek met de man af dat ik ga kijken wat ik voor hem kan doen.

Direct bel ik mijn collega’s van de waterpolitie. Die zaten toen nog in Maasbracht. Ik leg ze de situatie uit, maar mijn collega’s geven meteen aan dat de boot te ver weg ligt, achter diverse sluizen, en dat het veel te lang duurt voordat zij ter plekke kunnen zijn. Zij kunnen niets voor mij betekenen. Dat is niet fijn om te horen, wat moet ik nu doen?

Ik houd ondertussen contact met de man van de boot en ineens zegt hij: ‘Hebben ze bij de brandweer in Roermond geen boten liggen op de Maas?’ Dat is een heel goed idee. Ik besluit meteen contact op te nemen met de meldkamer van de brandweer. Ook aan hen leg ik de situatie uit. Ze bevestigen dat ze daar inderdaad boten hebben liggen en gaan meteen die kant op.

Wederom bel ik de man en vertel hem dat de brandweer al onderweg is. Tijdens dit gesprek roept hij ineens: ‘Mevrouw ik zie in de verte een lichtje aankomen, ik denk dat dat de brandweer is.’ Dat blijkt inderdaad het geval te zijn. De brandweer neemt de boot van de man op sleeptouw en op die manier loopt het hele verhaal uiteindelijk met een sisser af. Met dank aan de collega’s van de brandweer. Ik ben dit voorval nooit meer vergeten en zal voortaan bij zo’n zelfde gebeurtenis altijd snel contact opnemen met de collega’s van de meldkamer brandweer.

]]>
Politiemensen delen sinds oktober 2013 hun dagelijkse belevenissen met u in blogs. Zij schrijven hun verhalen in eigen tijd. Sinds juni 2015 vertellen enkelen hun ervaringen ook in korte video’s onder de noemer: ‘Echte politieverhalen’. De blogs en video’s zijn te vinden op politie.nlTwitter (@Politie) en Facebook (Politie Nederland). U kunt daar ook reageren op een verhaal. Lees en bekijk meer blogs en politieverhalen op de overzichtspagina Politieverhalen.

]]>
Jacqueline is buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) en werkt sinds 2001 bij het Servicecentrum (het nummer 0900-8844). Ze begon in Limburg-Noord toen het Servicecentrum werd opgestart en werkt nu in Servicecentrum Limburg. Voorheen is ze enige tijd Arbo-vertegenwoordiger geweest.

Jacqueline: ‘Ik schrijf verhalen over de gesprekken die ik voer wanneer mensen het servicecentrum bellen. Zo geef ik een inkijkje in het werk op de afdeling waar het grootste deel van  meldingen voor de politie binnenkomen.’

]]>
jacqueline van rijt
Blog: ‘Ineens hang ik ondersteboven te vechten voor mijn hachie’ https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-ineens-hang-ik-ondersteboven-te-vechten-voor-mijn-hachie.html Volgens een melding zit er in een flat een hond al 24 uur non-stop te blaffen. De buren vinden het raar: ze hebben de bewoner ook al een week niet... blog Thu, 23 May 2019 18:00:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-ineens-hang-ik-ondersteboven-te-vechten-voor-mijn-hachie.html 2019-05-23T18:00:00Z Volgens een melding zit er in een flat een hond al 24 uur non-stop te blaffen. De buren vinden het raar: ze hebben de bewoner ook al een week niet gezien. Als ik met een paar bezorgde buren voor de deur van het appartement sta, hoor ik door de brievenbus inderdaad een hond janken. Een buurvrouw weet dat de voordeur te openen is met een touwtje dat aan de binnenkant hangt en komt aanzetten met een kleerhanger. Ik frommel me naar binnen, roep dat ik van de politie ben maar hoor niets. Afgaand op het gejank tref ik in de badkamer een hondje aan. De vloer ligt vol met poep, het dier komt met de staart tussen zijn benen direct naar me toe. Ik neem hem mee naar buiten, de galerij op.

]]>
Omdat ik het niet vertrouw, besluit ik de woning verder te onderzoeken. Ik roep: “Politie, is er iemand?” en ga de woonkamer in. Het is er een troep. Het appartement heeft een vide boven de woonkamer. Daar staat een bed en ik zie een hoofd onder het dekbed vandaan steken. Ik roep dat ik van de politie ben maar krijg geen reactie. De persoon onder de deken beweegt helemaal niet. Ik vrees dat de bewoner dood is en tik zachtjes op een voet onder het dekbed.

]]>
Dan springt het lichaam op het bed plotseling op. Ik schrik me dood, ik sta er maar een meter van af. Het is een man, hij is helemaal naakt en schreeuwt tegen me in het Engels dat ik op moet donderen. Wat er dan gebeurt, gaat onwijs snel. Wild schreeuwend springt hij van het matras, grijpt me vast en duwt me al schoppend achteruit. Hoewel de man tenger is, kan ik me moeilijk verdedigen in mijn strakke motorpak en ik struikel achteruit. Ik roep dat ik van de politie ben en dat hij moet ophouden maar hij reageert nergens op.

]]>
Het is maximaal vechten. De man springt op mijn rug en werkt me tegen de balustrade aan, zo’n drie meter onder me zie ik de keuken. Hij wil me over de rand kieperen. Ik krijg hem niet van me af maar weet de portofoon in te drukken en roep mijn collega’s om hulp. Hij steekt zijn vingers in mijn ogen en duwt mijn bovenlijf over de rand. Ik weer hem af en denk alleen maar: niet vallen, niet vallen. Terugvechten is lastig door de positie waarin ik hang en mijn strakke pak helpt ook niet mee. Hij probeert me op te tillen. In een fractie van een seconde kan ik bij mijn pepperspray en spuit hem kort in zijn gezicht. Het spul komt ook in mijn gezicht en ik voel mijn ogen branden. De man trekt in pijn zijn handen van mijn hoofd, wat mij de kans geeft om weer rechtop te komen en terug te duwen. Ik krijg de overhand en kan hem nu tegen de grond werken. Ik hoor sirenes en weet dat hulp nabij is. Het lukt me niet om de man te boeien, hij blijft zich agressief verzetten. Als mijn collega’s er zijn, houden we de man aan en voeren we hem af.

]]>
Het kan raar lopen tijdens een dienst: je begint met een blaffende hond en ineens hang je ondersteboven over een balustrade te vechten voor je hachie. Ik ging de woning binnen met de mindset om hulp te verlenen, wat iets heel anders is dan wanneer je superalert bent omdat je weet dat er een agressief iemand binnen is. Maar ik ben blij dat ik zo gehandeld heb, dat ik pepperspray kon inzetten om de man onder controle te brengen. De rechter legde hem verplichte therapie en veertien maanden cel op (waarvan zeven voorwaardelijk) voor poging zware mishandeling.

]]>
Elke dag weer komen politieagenten in gevaarlijke situaties terecht. Waar anderen een stap terug doen, stappen politiemensen naar voren. Desnoods met gevaar voor eigen leven. Voor de veiligheid van anderen. Soms staan ze daarbij voor grote dilemma’s. En moeten ze in luttele seconden beslissen.

]]>
Marcel (47) zit sinds 1996 bij de politie. Als kind wilde hij dat al. ‘Ik kan slecht tegen onrecht en ik wil iets goeds doen voor de maatschappij.’ Ook houdt hij van de spanning en het avontuur dat het werk op straat met zich mee brengt.

]]>
Blog: Brieven van Anneke https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-brieven-van-anneke.html We schrijven 1986. Het jongetje Joshua wordt direct na zijn geboorte door zijn moeder Anneke afgestaan ter adoptie. Hij wordt opgenomen in een... blog Mon, 13 May 2019 22:00:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-brieven-van-anneke.html 2019-05-13T22:00:00Z We schrijven 1986. Het jongetje Joshua wordt direct na zijn geboorte door zijn moeder Anneke afgestaan ter adoptie. Hij wordt opgenomen in een adoptiegezin en hij krijgt die familienaam. Het is een gesloten adoptie; Anneke weet niet waar haar zoon nu is. Wel schrijft Anneke brieven aan hem. Pas veel later zal hij ze kunnen lezen en wie weet begrijpen.

 

]]>
De brieven verhalen over haar leven. Soms over slechte ervaringen, dan weer vergoelijkend dat ze wel een goede jeugd heeft gehad. Verontschuldigend dat ze Joshua wel had willen houden, voor hem wilde zorgen, maar dat dat niet mocht. De adoptieouders schrijven Anneke ook brieven. Over hoe het gaat met hun zoon, die toch ook de hare is. Op een dag komen die brieven echter onbesteld terug. Anneke schrijft ook niet meer. Aangenomen wordt dat ze weer is gaan zwerven.

In juni 1994 wordt in het IJ in Amsterdam een vrouw aangetroffen aan de Noordzijde. Ze draagt een gebloemde legging, een zwarte bloes maar er is niets waaraan haar identiteit is af te leiden. Verdronken, luidt de conclusie na de sectie. Er verschijnen foto’s van haar in het Politiebericht op tv en in de krant. De ongeveer twintig tips die dat oplevert, leiden niet naar de identiteit van de vrouw. Eind juni 1994 wordt ze begraven op begraafplaats Sint Barbara.
 
2011. Het coldcaseteam van de Amsterdamse politie start het project onbekende doden (NN’ers). De vrouw die in 1994 werd gevonden, is een van ruim 100 NN’ers. Van allen wil de politie het DNA-profiel zodat het kan worden opgenomen in de databank, hopende op een hit. Ook van deze vrouw komt een DNA-profiel in de databank. Maar een hit blijft uit.

In de jaren erna blader ik regelmatig door alle dossiers. In mijn hoofd liggen ze opgeslagen, zaken waarvan ik verwacht dat ze nog wel eens opgelost worden en kansloze zaken. Deze, van de vrouw uit het IJ, geef ik weinig kans. Want als je al die jaren niet bent gemist, zal er dan na 25 jaar nog iemand bedenken dat je al een tijd niet gezien bent?

Dan komt het onverwachte, dat mijn hele archief door elkaar gooit.

2019. Joshua is volwassen en zoekt zijn biologische ouders. Via het FIOM, specialist bij afstammingsvragen, heeft hij zijn vader gevonden. Die vertelt hem over zijn moeder, Anneke. Ineens is er meer familie: een oom, de broer van Anneke. Hij noemt haar het liefst Anneke. ‘Moeder’, dat is ze alleen biologisch voor hem. Dat wordt nog eens bevestigd als hij aangifte van vermissing wil gaan doen. Anneke is nergens meer bekend en staat als ‘geëmigreerd’ uitgeschreven uit Amsterdam. Zijn verzoek om zijn moeder als vermist op te geven, wordt niet gehonoreerd. Hoezo vermist? Je kent haar niet en weet niet waar ze is? Ze is toch geëmigreerd?

Dan zijn daar Maria Rietveld en Jory de Groot van de politie in Den Haag, waar Joshua ook aanklopt. Zij nemen de tijd om het verhaal over zijn zoektocht aan te horen. De man vertelt wat hij van zijn moeder weet. Emigratie lijkt niet waarschijnlijk en in hun achterhoofd hebben Maria en Jory de wetenschap dat Amsterdam vele onbekende doden heeft. De vermissing wordt door hen na 25 jaar opgenomen en van Joshua wordt wangslijm afgenomen.

Nog geen maand later wordt bevestigd dat Anneke niet meer leeft. Het is de vrouw die in 1994 in het water is gevonden.

Willem Doorn, mijn collega bij het coldcaseteam, en ik ontvangen Joshua en zijn oom. De broer van Anneke vertelt over het gezin dat uit elkaar is gevallen nadat hun moeder op jonge leeftijd overlijdt. De jongens blijven bij vader op de boerderij, Anneke wordt naar familie elders in het land gestuurd. Ze vindt daar haar plek niet en vertrekt naar Amsterdam, waar alles anders is. Daar gaan mensen heen als ze willen verdwijnen. Joshua vertelt wat hij weet via zijn adoptiedossier en de brieven van Anneke. Hij is mild en neemt haar niets kwalijk.
 
Joshua bezoekt de begraafplaats waar Anneke 10 jaar heeft gelegen. Het graf is er niet meer, we kunnen hem niets teruggeven. We rijden naar de plaats waar ze is gevonden in het water. Wat we weten, vertellen we hem. Wel hebben we de foto die ook op tv is getoond. Dan vertelt Joshua van de enige foto die hij had van Anneke, geleend van zijn nieuw gevonden oom. Veilig opgeborgen in de tas van zijn vriendin die hem op haar werk op hoge resolutie zal inscannen.

Maar ook dat is hem niet gegund. Er wordt ingebroken en de tas wordt gestolen. Weg is de enige foto waarop zijn moeder levend en vrolijk staat. Dan zijn er alleen de brieven nog. Brieven van Anneke uit het verleden, eindelijk verbonden naar het heden, naar een dappere jongen die niet opgaf en bleef zoeken. Daarmee gaf hij na 25 jaar een onbekende dode vrouw haar naam terug: Anneke.

]]>
Politiemensen delen sinds oktober 2013 hun dagelijkse belevenissen met u in blogs. Zij schrijven hun verhalen in eigen tijd. Sinds juni 2015 vertellen enkelen hun ervaringen ook in korte video’s onder de noemer: ‘Echte politieverhalen’. De blogs en video’s zijn te vinden op politie.nlTwitter (@Politie) en Facebook (Politie Nederland). U kunt daar ook reageren op een verhaal. Lees en bekijk meer blogs en politieverhalen op de overzichtspagina Politieverhalen.

]]>
Carina van Leeuwen werkt sinds in 1991 bij de politie, waar ze een van de eerste vrouwelijke forensisch rechercheurs werd. Sinds 2006 werkt ze als forensisch coördinator in het coldcaseteam in Amsterdam. Naast haar politiewerk geeft Carina gastcolleges over forensisch onderzoek aan studenten van de Hogeschool van Amsterdam. In haar vrije tijd schrijft zij ook forensische thrillers, waaronder ‘Vuurproef’, ‘Koud Spoor’ en 'Nachtvlinder'.

]]>
Carina van Leeuwen