Landelijke feed | Alle blogs | politie.nl https://rss.politie.nl/rss/algemeen/blogs/blogs.xml Alle meest recente blogs nl Sat, 24 Jul 2021 03:54:30 GMT 2021-07-24T03:54:30Z nl Blog: Vuurdoop tijdens een waterramp https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-vuurdoop-tijdens-een-waterramp.html Het is crisis in Limburg. Delen zijn al overstroomd en het water blijft maar stijgen. Als ik aan mijn vroege dienst begin in Kerkrade, hoor ik dat de... blog Wed, 21 Jul 2021 14:30:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-vuurdoop-tijdens-een-waterramp.html 2021-07-21T14:30:00Z Het is crisis in Limburg. Delen zijn al overstroomd en het water blijft maar stijgen. Als ik aan mijn vroege dienst begin in Kerkrade, hoor ik dat de situatie ernstig is in de gemeente Valkenburg aan de Geul. Meteen denk ik: ‘Wat kan ik doen om te helpen?’

Ik leg contact met de meldkamer om te melden dat ik beschikbaar ben voor extra ondersteuning, vandaag geef ik eerst training aan agenten. Zodra de training klaar is, gaat de hele groep meehelpen in Valkenswaard. Het is alle hens aan dek.

Het crisisteam belt. Of ik beschikbaar ben om als leidinggevende in te vallen in Valkenburg. Mijn gedachten schieten even van links naar rechts. Ik heb de opleiding hiervoor pas een paar weken geleden afgerond en zou eigenlijk eerst een paar keer gaan meekijken. ‘Krijg ik hulp?’, vraag ik. Mijn collega antwoordt vastberaden: ‘Jij kunt dit.’ Even twijfel ik. Maar ik ga niet snel een uitdaging uit de weg en dat zal ik vandaag ook niet doen. Ik kijk mijn collega Jeroen enigszins zenuwachtig aan en zeg: ‘Wow, wij gaan naar Valkenburg en daar helpen met de hulpverlening aansturen.’

Samen met Jeroen stap ik in de auto en rijden we zo snel mogelijk naar Valkenburg. Er zijn daar al allerlei hulpverleners hard aan het werk. Ik bedenk dat dit meteen mijn vuurdoop is als leidinggevende tijdens een crisis en roep dat ook even rond. Ik ga mijn stinkende best doen!

Oké. De wedstrijd is begonnen en het voelt goed. Mentaal ben ik er klaar voor. De eerste verzoeken komen binnen en de portofoon staat meteen roodgloeiend. Jeroen helpt met het beantwoorden van alle telefoontjes. Ik ben ondertussen druk bezig om de reddingsbrigade en Defensie vanuit het Noorden met spoed hier te krijgen. De situatie in Valkenburg verandert met de minuut en alle hulpverleners werken kei hard om ervoor te zorgen dat alle mensen geëvacueerd worden. 

Voor alle hulpdiensten is het aanpoten en collega’s uit het hele land bieden zich aan om te assisteren. Plotseling staan er vijf heel enthousiaste politievrijwilligers voor mijn neus. ‘Wat kunnen wij voor je doen?’
In tijden van nood is de drive van hulpverleners zo groot. Ze laten alles uit hun handen vallen en komen helpen. Terwijl het zomaar zou kunnen dat hun eigen huis nu ook onder water staat. Ik ben blij met de hulp, want ik kan nu collega's laten aflossen die al vier uur bij een wegafzetting staan om ramptoeristen te weren uit het crisisgebied.

Het ene overleg na het andere. Ik hoor dat de koning en koningin onderweg zijn naar het rampgebied. Even later staat mijn opvolger klaar. Het is een collega uit Groningen die hier eigenlijk op vakantie was. Hij heeft zich direct gemeld en gaat de nachtdienst draaien. Wat een kanjer!

Als ik alles heb overgedragen, rijd ik met Jeroen weer terug naar Kerkrade. We geven elkaar een boks. ‘We did it!’ En wat ben ik trots op alle hulpverleners.

]]>
Fijol is politie-instructeur.

]]>
Blog: Stickers plakken https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-stickers-plakken.html Het is een regenachtige dag en ik heb middagdienst. Het is niet bepaald druk over onze portofoon met meldingen, dus besluiten mijn collega en ik om... blog Wed, 14 Jul 2021 14:30:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-stickers-plakken.html 2021-07-14T14:30:00Z Het is een regenachtige dag en ik heb middagdienst. Het is niet bepaald druk over onze portofoon met meldingen, dus besluiten mijn collega en ik om een surveillance ronde te lopen. Op straat maken we hier en daar een praatje. Op een gegeven moment zie ik in de verte twee andere collega’s staan. Ze zijn in gesprek met een vrouw, tenminste dat is wat ik in eerste instantie zie. Als ik dichterbij kom blijkt het een heel jong meisje te zijn. Ze staat er samen met haar moeder. Een van hen ontfermt zich over de twee. 

Na een korte update begrijp ik dat moeder en dochter dakloos zijn. Ik vind het heel naar om te horen dat zo’n jong kind geen veilige thuisplek heeft. Door de zorgelijke situatie nemen we contact op met de hulpverlening Veilig Thuis.  Mijn collega en ik spreken met moeder en dochter. Ik kreeg niet de indruk dat het meisje ongelukkig is terwijl ze met haar moeder op straat leeft. Wel vinden wij het belangrijk om iets aan de situatie van moeder en dochter te doen. Wij vragen dan ook of zij mee wilde gaan naar het politiebureau om te kijken of we samen een oplossing kunnen vinden.
 
Aangekomen op het bureau proberen we om meer informatie van de moeder los te krijgen. Zij maakt op ons de indruk radeloos te zijn en zit er zo te zien behoorlijk doorheen. Ik neem op een gegeven moment het meisje even apart. Ze is heel stil, zit in elkaar gedoken en wil niet zoveel zeggen. 

Dan komen de medewerkers van Veilig Thuis binnenlopen en gaan in gesprek met de moeder. Dit geeft mij de mogelijkheid om voorzichtig contact te zoeken met het meisje. Ik probeer er op verschillende manieren achter te komen hoe ze zich daadwerkelijk voelt en wat er in haar omgaat. Ik geef haar wat te drinken en ik pak er een plakboek bij. Mijn collega heeft voor haar een traumabeertje gepakt. Ik merk dat het meisje zich op haar gemak begint te voelen en aarzelend begint te praten. Ze pakt het stickervel met icoontjes uit het plakboek en haalt er elke keer een af als reactie op de vragen die ik haar stel. 

Op een gegeven moment zeg ik: ‘Vind je de politie aardig’? Als antwoord hierop haalt het meisje een hartje van het stickervel af. Ik zie een glimlach verschijnen op haar gezicht en voel opeens dat ze de sticker op mijn voorhoofd heeft geplakt. Ik schiet in de lach en ben blij met het contact dat we nu even met elkaar hebben. Na ongeveer een half uur komt de moeder terug uit het gesprek. Het gesprek met de medewerkers van Veilig Thuis heeft haar goed gedaan. Ze staat op het punt om weg te gaan, maar het meisje reageert meteen en rent weg. Ik hoor haar roepen; “Nee mama, ik wil hier blijven”.  Dat raakt me en ik merk dat aan mijn collega dat het hem ook wat doet. We zijn blij dat moeder en dochter binnenkort geholpen worden. Dat is waar we het uiteindelijk voor doen: hulp bieden aan hen die dat behoeven.  

]]>
Blog: Mag ik een koffie met melk? https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-mag-ik-een-koffie-met-melk.html Tijdens het telefoongesprek heb ik als centralist geen zicht en geen reuk- en tastzin. Het enige waar je mee kunt werken is je gehoor en je spraak.... blog Wed, 07 Jul 2021 14:30:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-mag-ik-een-koffie-met-melk.html 2021-07-07T14:30:00Z Tijdens het telefoongesprek heb ik als centralist geen zicht en geen reuk- en tastzin. Het enige waar je mee kunt werken  is je gehoor en je spraak. Én je onderbuik gevoel. Dat valt niet altijd mee. Zeker niet omdat de beller zich niet altijd realiseert dat ook voor ons soms elke seconde telt. 

Op deze middag werk ik als centralist vanuit huis. De man die mij belt klinkt alsof hij al wat op leeftijd is. Hij spreekt geaffecteerd en belt met een vaste lijn. 
“Moet u eens luisteren mevrouw”, zegt hij bezorgd, “Mijn brandalarm gaat steeds af”.
“Ach”, voel ik met hem mee, “dat is vervelend”. Uit ervaring weet ik hoe zo’n alarm zich in je kop kan boren. Op dit moment is het aan de andere kant van de lijn echter stil. Tenminste, ík hoor geen alarm. 
Ik vraag de man of hij zijn huis heeft gecontroleerd op rookontwikkeling. Is er ergens een kaars omgevallen? Iets in de oven aangebrand? Of heeft hij of een medebewoner wellicht te lang onder de douche gestaan? Dat kan ook. 
Het is allemaal negatief. Hij ziet niets geks, hoort en ruikt niets bijzonders. De batterijen zijn het niet. Als die op zijn, geeft zo’n melder een andere piep, vermoeden we allebei.
“Kan het misschien zijn dat er ook een koolmonoxide-melder aan het alarm gekoppeld is meneer?” vraag ik bezorgd. In dat geval moet hij namelijk direct de woning verlaten. Koolmonoxide is immers een sluipmoordenaar. 
“Ik weet het eigenlijk niet”, stamelt hij. 
Ik wil nog een vraag stellen, maar voordat dat lukt, gaat inderdaad opeens het alarm af. Het geluid knettert in mijn oren. Het lijkt of de brandmelder direct boven het telefoontafeltje hangt. Ik zet de oortjes van mijn headset op mijn wangen om mijn oren te beschermen. 

“MENEER!!” roep ik hard om aandacht te krijgen. De poes, die naast me op mijn bureau ligt, kijkt me verschrikt aan. Ik wil dat de man voor zover mogelijk óf bij het alarm wegloopt, óf de knop van het alarm indrukt om hem uit te krijgen. Als hij daar al bij kan.
Ik hoor gestommel op de achtergrond maar ik kan totaal niet inschatten wat er aan de andere kant van de lijn gebeurt. Ik aarzel even. Moet ik de brandweer al gaan inschakelen? Maar meneer had gezegd dat het probleem zich steeds herhaalt. Het zal zo wel over zijn. Ik wacht af en verbreek tot die tijd in ieder geval niet de verbinding. 
Ik blijf de man aanroepen in de hoop dat hij de hoorn toch weer een keer bij zijn oor houdt. Dat gebeurt niet. Ik blijf roepen tot opeens het alarm stilhoudt. En met die stilte hoor ik dan ook niets dan een totale stilte. Geen gestommel, geen pratende mensen, geen radio. Niets….

Ik roep opnieuw hard de naam van de man. Op mijn scherm zie ik dat de verbinding nog steeds in stand is. Ik denk aan koolmonoxidevergiftiging en voel nu toch wat adrenaline opkomen. In mijn verbeelding zie ik een oudere heer bewusteloos op de grond liggen. Op mijn scherm zoek ik snel het nummer van de brandweer van de regio waar de man woont. En ook maar vast dat van de ambulance. Dit is zo’n moment dat elke seconde telt. Ondertussen blijf ik roepen. 

Net op het moment dat ik de hulptroepen wil inschakelen, hoor ik aan de andere kant van de lijn beweging in de verte. Het geluid komt dichterbij. Ik hoor de stem van de man. “Doe maar niet zoveel melk in de koffie als vanmorgen hoor”, zegt hij in alle rust. Een vrouwenstem geeft antwoord: “Maar wil je er dan wel een boterham bij?”  
Ik hoor voetstappen dichterbij komen. De hoorn wordt opgepakt. “Daar ben ik weer”, zegt meneer vrolijk tegen mij, zich niet bewust van het doemscenario dat zich zojuist in mijn hoofd afspeelde. “Ik was toch nog even naar zolder gelopen. Het zal de wasdroger wel geweest zijn. Daar hangt ook zo’n melder. De was is klaar en mijn vrouw had de droger opengezet, maar de was er nog niet uitgehaald.”

“Ik ben erg blij dat ik u weer aan de lijn krijg”, zeg ik uit de grond van mijn hart. Ik ben stilletjes nog aan het bijkomen. “Fijn dat alles goed is. Wilt u het alarm voor de zekerheid vanmiddag nog even na laten kijken door een deskundige alstublieft?”
De man belooft het. Ik wens hem een prettige dag verder. Het nummer van de brandweer klik ik weg. In mijn la ligt een groot stuk chocola. 

]]>
Blog: Ik heb geen tranen meer https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-ik-heb-geen-tranen-meer.html Ik werkte nog maar net bij de politie toen ik samen met mijn mentor de opdracht kreeg om aan een familie te vertellen dat er iemand overleden was.... blog Wed, 30 Jun 2021 14:30:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-ik-heb-geen-tranen-meer.html 2021-06-30T14:30:00Z Ik werkte nog maar net bij de politie toen ik samen met mijn mentor de opdracht kreeg om aan een familie te vertellen dat er iemand overleden was. Het ging om een 22- jarige vrouw. Ze was overleden door vervuilde drugs. In die tijd stonden de kranten er nog vol van dat vervuilde drugs al meerdere slachtoffers hadden gemaakt.

Het is donker buiten als we bij de woning aankomen en de gordijnen zijn dicht. Ik bel aan en een man van ongeveer 65 jaar doet open. Hij kijkt ons vragend aan. ‘Mogen we even binnenkomen?’, vraag ik. ‘Natuurlijk’, zegt de man vriendelijk en laat ons binnen. We lopen door een smalle gang naar de woonkamer waar een ouderwetse kachel op volle toeren staat te branden.

‘Gaat u zitten’, zegt de man. Dat doen we. Tegenover ons zit de man met zijn vrouw, die er jonger uit ziet. ‘Wat brengt ons de eer u te mogen ontvangen’, gaat hij verder en kijkt ons vragend aan. Mijn mentor neemt het woord. ‘We hebben een heel trieste mededeling voor u’, zegt hij. ‘We komen u vertellen dat uw dochter in Amsterdam aan drugs is overleden.’

Als agent leer je om, hoe hard het ook klinkt, niet om slechte nieuws heen te draaien maar het meteen te vertellen. De man en de vrouw kijken ons ongelovig aan. In de kamer wordt het stil, de spanning is om te snijden. De schouders van de man beginnen te schokken, de vrouw zit stil op haar stoel, kijkt apathisch voor zich uit en verroert geen vinger meer.

Dan wijst de man naar een foto van een vrolijk uitziende jongedame met lang blond haar die op de schouw boven de kachel staat. Met bibberende stem zegt hij: ‘Kijk, daar staat ze. Ze was clean, ze was clean en ze was er vanaf, ze was ervan af.’ Hij blijft het maar herhalen.

Dan vertelt hij ons het verhaal van zijn dochter, die tegen de drugs had gevochten en hoe trots hij op haar was. Ik hoor de emotie in zijn stem, maar ik zie geen tranen. De man zegt droevig: ‘Ik heb geen tranen meer’. ‘Ik kan niet meer huilen. Toen ik veertig jaar geleden trouwde, kregen we een zoon. Mijn vrouw en mijn zoon zijn omgekomen bij een auto-ongeluk. Daarna ben ik hertrouwd. Toen is mijn dochter geboren. Mijn vrouw overleed vijftien jaar geleden aan kanker. Hierna trouwde ik voor de derde keer en u vertelt mij nu dat mijn dochter uit mijn tweede huwelijk is overleden. Ik heb geen tranen meer.’

We blijven nog even en vragen of we nog iets voor hun kunnen betekenen. De man geeft duidelijk aan dat het niet nodig is en dat hij het samen met zijn vrouw wel redt. We rijden in stilte terug naar het bureau. Zowel mijn mentor als ik hebben er geen behoefte aan om iets te zeggen. Dat ene zinnetje, ‘ik heb geen tranen meer’, ben ik na tientallen jaren nog steeds niet vergeten. Als agent maak je heftige dingen mee, het is een drijfveer om zoveel mogelijk mensen te blijven helpen. Want daar zijn we voor.

]]>
Blog: Waar ben je? https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-waar-ben-je.html Als telefonist van de meldkamer krijg ik een telefoontje van een bezorgde hulpverlener. Zij is gebeld door een cliënt die opnieuw gedwongen in de... blog Wed, 23 Jun 2021 14:30:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-waar-ben-je.html 2021-06-23T14:30:00Z Als telefonist van de meldkamer krijg ik een telefoontje van een bezorgde hulpverlener. Zij is gebeld door een cliënt die opnieuw gedwongen in de prostitutie is beland. De hulpverlener vertelt dat de prostituee is ontsnapt aan mannen die haar tegen haar wil vasthouden. Maar ze weet niet waar.

Ik heb alleen het telefoonnummer van de prostituee, haar naam en geboortedatum. Dus besluit ik haar zelf te bellen. Al snel krijg ik haar te pakken. Ze klinkt bang, praat snel en denkt overal de mannen te zien die naar haar op zoek zijn. Ik probeer haar gerust te stellen en op adem te laten komen, maar ze hangt op. Ik blijf haar bellen, vastberaden om deze vrouw te helpen. Ik krijg haar weer aan de lijn, nu vertelt ze dat ze ergens in Amsterdam is, maar ook deze keer hangt ze op. He wacht, ze is in Amsterdam! Daar heb ik zelf zo’n negen jaar gewerkt, dus ik ben er bekend Daar kan ik wel iets mee…

Als man weet ik dat het lastig is om haar vertrouwen te winnen, maar toch blijf ik het proberen. Ondanks dat ze steeds de verbinding verbreekt, krijg ik toch meer informatie om mee te werken. Het wordt me duidelijk dat ze ergens in het drukke centrum rondloopt. Ze is zo bang dat ze continu haar belagers denkt te zien. Steeds maar weer bel ik terug en probeer ik informatie te krijgen over de omgeving, iets dat me zou kunnen helpen om haar op te sporen. Door haar de gebouwen en winkels te laten beschrijven die ze ziet, denk ik uiteindelijk precies te weten waar ze loopt. Ik merk dat ze rustiger wordt. Het lijkt alsof ze nu beseft dat ik haar echt wil helpen.

Onze telefoongesprekken worden langer en terwijl ik met haar in gesprek blijf, vindt er op de achtergrond al enige tijd overleg plaats tussen onze meldkamer en die van Amsterdam. Op mijn verzoek worden er twee vrouwelijke agenten naar de plek gestuurd waarvan ik denk dat ze is.

Een paar minuten later zegt de vrouw dat ze een politieauto aan ziet komen en hoor ik op de achtergrond dat ze wordt aangesproken door mijn collega’s. Ik vraag de vrouw of ze haar telefoon even aan de agenten wil geven. Dat geeft mij de kans om even met mijn collega’s te praten en te vertellen over de situatie. Hierna hangen we op.

Later die nacht spreek ik nog even met de agenten die haar geholpen hebben. Zij vertellen mij dat de vrouw naar een veilig adres is gebracht en dat er voor haar opnieuw de benodigde hulpverlening is ingeschakeld. Zo zie je maar weer dat het in je voordeel werkt als je plaatselijk enigszins bekend bent.

 

]]>