Landelijke feed | Alle blogs | politie.nl https://rss.politie.nl/rss/algemeen/blogs/blogs.xml Alle meest recente blogs nl Sun, 05 Jul 2020 09:48:54 GMT 2020-07-05T09:48:54Z nl Blog: Netflix en chill https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-netflix-en-chill.html In 2007 begon ik stuiterend van enthousiasme als docent aan de Politieacademie. Voor het eerst voor de klas, groepen leren kennen, nieuwe vakken... blog Wed, 01 Jul 2020 15:00:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-netflix-en-chill.html 2020-07-01T15:00:00Z In 2007 begon ik stuiterend van enthousiasme als docent aan de Politieacademie. Voor het eerst voor de klas, groepen leren kennen, nieuwe vakken geven…

Ik denk dat weinig mensen kunnen zeggen dat ze hun bed uitspringen omdat ze naar hun werk mogen, maar jarenlang is dit mijn realiteit geweest. Ik viel met mijn 27 jaar met mijn neus in de boter en kon me niet voorstellen dat een andere baan leuker zou zijn. Wel merk je af en toe op bijzondere wijze dat de jaren beginnen te tellen.

Zo stond ik eens voor een klas met zo’n veertig studenten. Het onderwerp was stress en PTSS en ik probeerde uit te leggen dat behalve de welbekende burn-out ook een bore-out bestaat. Dat het optimale stress niveau daar tussenin zit. Om de bore-out toe te lichten dacht ik een modern voorbeeld te gebruiken.

“Je kent het gevoel zelf waarschijnlijk ook wel. Ik heb het met “Netflix en chill”. Dat is éven leuk, maar na drie dagen moet ik de chips uit mijn haar schudden, opstaan en iets nuttigs gaan doen omdat ik anders misselijk word van mezelf.”

Ik was er eigenlijk wel trots op dat ik de taal van de jeugd nog sprak. Netflix en chill. Past prima in mijn uitleg over de bore-out. Toch?

De helft van de groep knikte enthousiast, volkomen helder. De andere helft van de groep keek me stilletjes aan, het hoofd iets schuin. Een vraagteken op hun gezicht. Enigszins perplex dat ze het niet begrepen, vroeg ik nog: “Dat kennen jullie toch wel? Netflix en chill?” Langzaam knikten de studenten, maar het vraagteken was duidelijk niet verdwenen. Ik besloot door te gaan met de les, al bleef het nog wel een tijdje door mijn hoofd spoken. Wat een rare reactie!

Een paar dagen later keek ik naar de Daily Show. Presentator Trevor Noah kon zijn lachen niet bedwingen. Een enorme sneeuwstorm kwam af op New York en de verslaggevers vroegen wat de New Yorkers gingen doen. “Netflix and chill … am I right?” en die kregen dezelfde schuine hoofden en vragende reacties van de door hen geïnterviewde burgers.

Trevor Noah legde het eindelijk uit. Voor iedereen ouder dan 35: het betekent niet dat je relaxed gaat Netflixen. Ik bleek tegen mijn veertig studenten gezegd te hebben dat ik na drie dagen seks met een relatieve vreemde, op de bank, de chips uit mijn haar moest schudden. En dat ik misselijk was van mezelf.

Ineens begreep ik de schuine hoofden.

Ik hoorde het mezelf nog duizend keer vragen. “Netflix en chill? Dat kennen jullie toch wel?” Het heeft me het hele weekend niet losgelaten en ik ging maandag met het schaamrood op de kaken terug naar de academie. Mijn advies iedereen die werkt met jongeren: ben je boven de 35, laat de straattaal dan over aan hen!

]]>
Manon is docent aan de Politieacademie

]]>
Blog; Bijzonder werk https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-bijzonder-werk.html Het is een mooie zonnige zaterdag in mei en mijn collega en ik hebben die dag een vroege noodhulpdienst. De dienst verloopt rustig. Net voor het... blog Wed, 24 Jun 2020 15:00:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-bijzonder-werk.html 2020-06-24T15:00:00Z Het is een mooie zonnige zaterdag in mei en mijn collega en ik hebben die dag een vroege noodhulpdienst. De dienst verloopt rustig.

Net voor het einde van onze dienst komt een melding binnen van een ongeval met letsel. Twee vrouwen zijn met de sturen van hun fiets in elkaar terecht gekomen en gevallen. Ik zeg nog gekscherend tegen mijn collega: “Nou even een paar pleistertjes plakken en dan hebben wij ook lekker weekend”. Kort daarop komen we op de plek van het ongeval.

Wanneer we op de plek van het ongeluk zijn zie ik gelijk dat we het hier met een paar pleisters niet gaan redden... Een vrouw van middelbare leeftijd ligt op de grond in een enorme plas bloed. Op het moment dat ik naast haar kniel om te kijken hoe het met haar gaat zie ik dat er bloed uit haar oren, neus en mond komt en dat ze een grote wond op haar hoofd heeft. De vrouw reageert niet meer op mijn aanroepen en heeft een snurkende ademhaling. Ik realiseer me dat het vermoedelijk helemaal mis is. Van de meldkamer hoor ik dat de ambulance elk moment ter plaatse kan zijn en kort daarop hoor ik gelukkig de sirenes al. Het enige wat ik op dat moment kan doen is de hand van de vrouw vastpakken en zeggen dat het allemaal goed komt, ook al weet ik op dat moment zelf niet of dat ook daadwerkelijk zo is.

Mijn collega is ondertussen in gesprek met haar vriendin die helemaal over haar toeren is. Zelf heeft ze ook wat kleine verwondingen maar ze maakt zich vooral enorme zorgen over de toestand van haar vriendin. Hoe vreemd moet het ook zijn dat je het ene moment nog gezellig met elkaar aan het kletsen bent en je het volgende moment in zo’n enorme nachtmerrie terechtkomt. De ambulance is inmiddels ter plaatse en ik word gewenkt door een van de ambulancebroeders. De situatie van de vrouw is zodanig ernstig dat ze onmiddellijk overgebracht wordt naar het ziekenhuis waar een specialistisch team stand-by staat en zich over haar zal ontfermen. Er is een reële kans dat de vrouw aan haar verwondingen zal overlijden. Er is geen tijd te verliezen. Via de vriendin weten we waar de vrouw woont en we beseffen dat haar familie zo snel mogelijk op de hoogte gebracht moet worden.

Snel springen we in de auto en rijden naar het adres van de vrouw om haar man op te halen. Hopelijk zijn we nog op tijd en kan hij nog afscheid nemen van zijn vrouw. We vertellen de man dat zijn vrouw een ernstig ongeluk heeft gehad en zeggen er meteen bij dat de toestand van zijn vrouw zeer kritiek is. We vragen hem om met ons mee te gaan naar het ziekenhuis. De man oogt uiterlijk redelijk rustig na het ontvangen van het bericht. Hij pakt gauw wat spullen en een telefoon en stapt bij ons in de auto.

Onderweg naar het ziekenhuis probeer ik een praatje te maken met de man. Hij vertelt liefdevol over zijn vrouw. Ze was met een vriendin naar een tentoonstelling geweest voordat het noodlot toesloeg. Dan begint hij over ons werk. Ik hoor hem zeggen dat hij ons werk zo enorm bijzonder vindt en dat hij zoveel respect heeft voor wat wij doen. “Het moet voor jullie bijvoorbeeld ook enorm moeilijk zijn om zo’n bericht over te brengen aan familie” zegt hij.

Ik kan me op dat moment bijna niet voorstellen dat hij zich nog kan verplaatsen in onze situatie nadat hij net zo’n verschrikkelijk bericht heeft gehoord. Ik mompel dus iets in de trant van: “Dat is ook het meest waardeloze onderdeel van ons werk maar het hoort er bij” en heb enorm veel medelijden met de lieve man op onze achterbank. Kort daarop komen we bij het ziekenhuis waar we gelijk worden opgevangen. We wensen de man veel sterkte en verlaten met een dubbel gevoel het ziekenhuis.

Een paar weken later ligt er in mijn postvakje een brief voor m’n collega en mij. Wanneer ik de brief open zie ik twee grote kleurenfoto’s. Op de ene foto zie ik een vrouw in een ziekenhuisbed aan allerlei draadjes, slangetjes en apparatuur. Op de andere foto staat een stralende vrouw. Ondanks dat ze er anders uit ziet dan toen ik haar op straat zag liggen, herken ik onmiddellijk de vrouw van het ongeluk.

Onder de foto’s staat een getypte tekst. Uit de tekst valt op te maken dat ondanks dat de vrouw nog een enorm lange weg te gaan heeft, ze in ieder geval weer thuis is bij haar familie! Ik krijg gelijk een grote glimlach op mijn gezicht. Mijn glimlach wordt echter nog groter wanneer ik het blaadje omdraai. Handgeschreven valt daar te lezen:

“Beste, bovenste beste! Het heeft lang geduurd voordat er een reactie van ons kwam. Heel hartelijk bedankt uit de grond van ons hart voor jullie reusachtige hulp, klasse! Het ga jullie goed!”

Ik denk terug aan de woorden van de man in de auto en besef ineens dat het helemaal waar is wat hij zei. Wat hebben wij toch bijzonder werk!

]]>
Blog: Juiste tijd, juiste plaats https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-juiste-tijd-juiste-plaats.html Ik werk op het regionaal servicecentrum van de politie en heb nachtdienst. Die avond is het vrij rustig. De nacht is koud en nat en iedereen blijft... blog Wed, 17 Jun 2020 15:00:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-juiste-tijd-juiste-plaats.html 2020-06-17T15:00:00Z Ik werk op het regionaal servicecentrum van de politie en heb nachtdienst. Die avond is het vrij rustig. De nacht is koud en nat en iedereen blijft binnen.

Net na middernacht gaat de telefoon. De vrouw aan de lijn vertelt dat ze een scooter op een fietspad heeft zien liggen met het licht nog aan. Ik vraag haar naar de locatie en zie dat het ergens in een buitengebied is, tussen de weilanden. Ik word getriggerd door haar verhaal. Er schieten verschillende scenario’s door mijn hoofd, variërend van een gestolen scooter die achtergelaten is tot een verkrachting.

Op mijn vraag of ze iemand bij de omgevallen scooter heeft gezien en of ze eventueel het kenteken heeft kunnen lezen, geeft ze ontkennend antwoord.

De vrouw vertelt dat ze met de auto is gestopt. Ze twijfelde of ze bij de scooter zou gaan kijken, maar ze durfde niet alleen uit te stappen. Omdat ze er geen goed gevoel bij had heeft ze met de politie gebeld. Ik geef haar een compliment hiervoor.

Vervolgens vraag ik of ze weer terug durft te gaan naar die plek om het kenteken te kunnen achterhalen. Ondertussen blijf ik aan de lijn en ‘loop ‘als het ware met haar mee.

Ik leg uit dat ik al een melding op de locatie heb aangemaakt in de politiesystemen zodat mijn collega ‘s, als het nodig is, snel ter plaatse kunnen zijn.

Na een korte aarzeling weet ik haar vertrouwen te winnen. De vrouw zet haar angst opzij en rijdt terug. Ze loopt langzaam en voorzichtig met de telefoon aan haar oor door de berm naar het fietspad waar de scooter ligt. Ondertussen vraagt ze me of ik haar nog steeds goed kan verstaan. Ik stel haar gerust. Ze zegt dat het erg donker is en dat ze goed moet uitkijken waar ze loopt.

Als ze bij de scooter is geeft ze me het kenteken door. Ik vul dit meteen aan op de melding en ik vraag aan haar om goed rond te kijken of ze echt niemand ziet liggen. Dan verzoek ik haar om één keer hard te roepen zodat we zeker weten dat er niemand meer aanwezig is.

Luid klinkt haar “Hallo!” door de nacht. De vrouw schrikt als haar harde oproep beantwoord wordt met een zacht gekreun. De bestuurder van de brommer blijkt tegen een paaltje aangereden te zijn, is over de kop een weiland in geslingerd en aan de andere kant van het fietspad terechtgekomen. Hij blijkt verschillende gebroken ribben te hebben en is zo ernstig gewond, dat hij niet meer op eigen benen op kan staan. Zijn telefoon is hij kwijtgeraakt en hij is de wanhoop nabij als plots de stem van de vrouw klinkt.

Die nacht maken mijn meldster en ik samen het verschil. Juiste tijd, juiste plaats.

]]>
Blog: Zwarte beer https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-zwarte-beer.html Lang geleden, op een mooie zomerdag rijden mijn collega en ik over een bosweg. We komen langs prachtige huizen en boerderijen met mooie tuinen.... blog Wed, 10 Jun 2020 15:00:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-zwarte-beer.html 2020-06-10T15:00:00Z Lang geleden, op een mooie zomerdag rijden mijn collega en ik over een bosweg. We komen langs prachtige huizen en boerderijen met mooie tuinen. Plotseling wordt onze rust verstoord en worden we ingehaald door een auto. De bestuurder toetert luid als hij ons passeert; het is duidelijk dat hij ons iets wil vertellen.

We zetten de auto aan de kant. De bestuurder komt op ons af gerend. Hij is behoorlijk overstuur en toont ons een legitimatiebewijs van de Algemene Inspectiedienst. Hij roept: “Daar, daar bij die boerderij…een zwarte beer. Kom snel mee.”

Hij wijst naar de boerderij waar we net langsgereden zijn. We weten dat die boer nogal eigenaardige dieren rond heeft lopen. Als hobby uiteraard. Zo heeft hij een bok met maar één hoorn, een ezel met een hangend oor en enkele schapen die zoveel vacht hebben dat je niet goed kunt zien wat de voor- en wat de achterkant is. Maar een zwarte beer? Dat is een heel ander verhaal…

Mijn collega en ik besluiten met de inspecteur mee te gaan om poolshoogte te nemen. Kort overleggen we wat onze rolverdeling zal zijn als we de beer aantreffen en hoe we het beest gaan benaderen. We vragen ons bezorgd af wie ons eventueel zal kunnen bijstaan mocht het uit de hand lopen en het beest agressief wordt.

Dan rijden we naar de aangewezen boerderij, gevolgd door de inspecteur. De man is aangenaam verrast dat twee dienders zich direct zich zo daadkrachtig tonen.

Voorzichtig rijden we het erf op, met het autoraam op een kiertje. Behalve de bok met één hoorn, de wollige schapen en de ezel met het hangend oor zien we nergens een zwarte beer.

Ik draai het autoraampje verder naar beneden en vraag aan de inspecteur waar hij die beer dan heeft gezien. “Kijk daar! Hij ligt in dat weiland”. Daarbij wijst hij naar een joekel van een varken, dat lekker ligt te luieren in het zonnetje.

‘Maar dat is toch geen beer?’ weet ik in mijn naïviteit nog uit te brengen. ‘Jawel’, zegt de inspecteur. ‘Die beer had allang geregistreerd moeten zijn. De eigenaar van dat beest is zwaar in overtreding.’

Op dat moment valt bij ons het kwartje. Een mannetjesvarken heet natuurlijk ook een beer. Bulderend van het lachen, rijden we het erf af, de inspecteur verbijsterend achterlatend.

]]>
-

]]>
Blog: De reanimatie https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-de-reanimatie.html Jaren geleden ben ik samen met mijn collega onderweg naar een naburig bureau. Voor dat korte stukje hebben we een burgerauto van de politie gepakt,... blog Wed, 03 Jun 2020 15:00:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-de-reanimatie.html 2020-06-03T15:00:00Z Jaren geleden ben ik samen met mijn collega onderweg naar een naburig bureau. Voor dat korte stukje hebben we een burgerauto van de politie gepakt, geen dienstauto. Onderweg komt er een melding binnen op de portofoon, voor een reanimatie. Het is precies op de plek waar wij op dat moment rijden. Binnen dertig seconden zijn we op de aangewezen locatie. We hebben geen beschermende middelen. In de burgerauto ligt geen AED en is geen beademingsmasker aanwezig. Toch starten we samen de reanimatie; het is een spoedsituatie, dan maar zonder hulpmiddelen. 

Het slachtoffer is een man van middelbare leeftijd. Hij heeft sportkleding aan. Van omstanders begrijpen we dat hij zomaar van zijn toerfiets is gevallen en levenloos op de grond bleef liggen. Voor ons gevoel lijkt het uren te duren voordat de collega’s, de brandweer en de ambulance er zijn om het van ons over te nemen met de AED. Met lede ogen zien we aan hoe de man uiteindelijk stuiptrekkend door de ambulance wordt afgevoerd. Van een van de ambulancebroeders horen we dat de kans niet groot is dat hij het haalt.

De week daarop krijg ik een terugbelverzoek in mijn mailbox. Het is een voor mij onbekend nummer, maar de achternaam van de beller is gelijk aan die van de man die we gereanimeerd hebben. Ik vermoed dat het een zoon is die mij gaat vertellen dat zijn vader is overleden. 

Met lood in mijn schoenen pak ik de telefoon en bel het nummer. Een man neemt op. Als ik me voorstel, begint hij te huilen. “Ik ben degene die jullie vorige week gereanimeerd hebben…” stamelt hij. Het is de man van de toerfiets. Hij wil graag weten wat er allemaal gebeurd is, die bewuste dag. Voor hem is het een zwart gat van een paar dagen lang. Ik vertel hem rustig hoe het is gegaan, maar hij blijft huilen. Het zijn tranen van dankbaarheid, zegt hij. 

Drie jaar later krijg ik tijdens mijn werk een e-mail: “Hoi Gerdien, hoe is het met je.. morgen word ik 3 jaar.. de tijd vliegt.. ik wil je even gedag zeggen en vertellen dat het goed gaat.” Een mooier bedankje kon ik niet krijgen.

]]>