Landelijke feed | Alle blogs | politie.nl https://rss.politie.nl/rss/algemeen/blogs/blogs.xml Alle meest recente blogs nl Tue, 22 Sep 2020 20:12:00 GMT 2020-09-22T20:12:00Z nl Blog: Kledder https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-kledder.html Bijna half negen op een doordeweekse ochtend. Iedereen is op weg naar school of werk. Er zijn veel kinderen op straat, al dan niet in gezelschap van... blog Wed, 16 Sep 2020 14:30:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-kledder.html 2020-09-16T14:30:00Z Bijna half negen op een doordeweekse ochtend. Iedereen is op weg naar school of werk. Er zijn veel kinderen op straat, al dan niet in gezelschap van ouders. 

Opeens zien mijn collega en ik een automobilist over de weg slingeren. Mijn maat ziet dat de man een mobiele telefoon aan zijn oor heeft. ‘Dit is levensgevaarlijk zo met al die kinderen. Deze man krijgt een prent’, hoor ik hem zeggen. Na een stopteken zet de bestuurder zijn auto aan de kant, onder een lantaarnpaal in een parkeervak. 

De man hoort het betoog van mijn collega gelaten aan en begrijpt dat hij een bekeuring krijgt voor het niet handsfree bellen. Vooral in een situatie met zoveel jeugd om de auto heen is het levensgevaarlijk. Terwijl mijn collega de man te woord staat, loop ik om de auto heen en vraag ik het kenteken op bij de centrale om te zien of er bijzonderheden met dit kenteken zijn. 

Terwijl mijn maat driftig op zijn diensttelefoon gegevens invoert, zie ik plotseling iets uit de lucht vallen. Op het hoofd van mijn collega. Ik hoor een hoop gekrijs en kijk snel omhoog. Daar zie ik ze: Twee dikke meeuwen. Als ik weer naar mijn maat kijk, zie ik dat er op de helft van zijn pet een wit met grijze substantie zit, die vanaf de klep op zijn wang druipt. Ook zijn diensttelefoon zit helemaal onder. 

Wederom hoor ik een soort gekrijs, maar ditmaal komt het uit de auto. De bestuurder huilt van het lachen en ik hoor hem roepen: ‘Dit is de beste bekeuring die ik ooit heb gekregen!’ Mijn collega geeft de man zijn rijbewijs terug en zegt: ‘Laat het een waarschuwing zijn. Tot ziens.’ De bestuurder rijdt weg met een brede grijns. ‘Bedankt voor het lachen’, roept hij nog. 

Mijn collega veegt vervolgens met een zakdoekje de meeuwenpoep van zijn wang. Nou ja, het is meer een soort van uitvegen, want het is nogal een flinke kledder. Nog steeds met een stalen gezicht kijkt hij me aan en zegt: ‘Gelukkig heeft verder niemand dit gezien en zal jij hier nooit met iemand over praten. Toch?’

]]>
Blog Zwaar werk https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-zwaar-werk.html Met toeters en bellen rijden we naar het genoemde adres. We zijn als eerste ter plaatse en ik zie dat een omstander al begonnen is om een man te... blog Wed, 09 Sep 2020 14:30:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-zwaar-werk.html 2020-09-09T14:30:00Z Met toeters en bellen rijden we naar het genoemde adres. We zijn als eerste ter plaatse en ik zie dat een omstander al begonnen is om een man te reanimeren. Ik heb het vermoeden dat hij al is overleden, maar toch nemen we de reanimatie over. Ik zie dat in het huis een stel kinderen rondloopt. Gelukkig neemt een collega de kinderen mee naar boven. 

Inmiddels is de ambulance er ook. De ambulancebroeders sluiten een infuus aan en een zuurstofpomp en nemen de reanimatie van ons over.

De vrouw van het slachtoffer is helemaal over haar toeren. Ik probeer haar gerust te stellen maar door de taalbarrière kom ik niet echt met haar in gesprek. Het maakt me moedeloos.

Een halfuur later stopt het ambulancepersoneel met de reanimatie. Helaas, het slachtoffer is echt overleden. De vrouw wordt nu helemaal hysterisch. Ze begint te gillen en schreeuwen, ze is compleet in paniek. Via de tolkentelefoon weten we haar te kalmeren en leggen we haar uit wat precies met haar man is gebeurd. Ze kan maar niet bevatten dat hij overleden is en ik voel haar verdriet.

Ik besluit om nog even naar de kinderen te gaan, om te zien hoe het met ze gaat. Zij spreken allemaal prima Nederlands en ik vraag hen of zij weten wat er gebeurd is. Dit weten ze eigenlijk niet zo goed, ze weten alleen dat papa gevallen is. 

Nu moet ik gaan vertellen dat ze geen papa meer hebben. Hoe leg je dat uit aan jonge kinderen? Ik zeg hen dat hun vader dood is gegaan. Een ventje van een jaar of 8 zegt: 'Ik weet wel hoe dat komt. Het is onze schuld, wij hebben gisteren erge ruzie gemaakt, daardoor is papa nu dood.' 

Mijn hart breekt. Ik vraag de drie kinderen dichterbij te komen en leg hen zo goed mogelijk uit wat ik van de ambulancebroeder heb begrepen. Dat hun vader een propje in zijn longen had waardoor hij niet meer kon ademen. Dat dit niets heeft te maken met ruzie, of iets anders. Ik vertel ze dat dit ook was gebeurd als er geen ruzie was geweest. Dat het niet hun schuld is dat papa dood is. 

Ik laat de kinderen even razen, ze vragen van alles en nog wat. Dan vraag ik ze of ze het allemaal een beetje begrijpen. Ze zeggen van wel, maar hoe kun je dit als kind bevatten? Ik zeg nogmaals dat dit echt niet hun schuld is en geef ze alle drie een dikke knuffel. Meer kan ik niet voor ze doen. 

Dan gaan mijn collega en ik weg. We trekken de deur achter ons dicht en kijken elkaar aan. We hoeven niks te zeggen, we voelen allebei hetzelfde. Wat een zwaar werk hebben we soms.

]]>
Blog: Sambal https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-sambal.html Mijn collega en ik rijden noodhulp, maar krijgen niet één opdracht van de meldkamer . ‘Rijd maar terug naar de stal, want het wordt helemaal niets... blog Wed, 02 Sep 2020 14:30:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-sambal.html 2020-09-02T14:30:00Z Mijn collega en ik rijden noodhulp, maar krijgen niet één opdracht van de meldkamer ​. ‘Rijd maar terug naar de stal, want het wordt helemaal niets vanmiddag’, zegt mijn collega. ‘Dan maar een vroege hap.’

Terug op het bureau blijken wij niet de enigen met het idee vroeg te eten. De kantine zit propvol vanwege een verkeerscontrole die avond. Wij offeren ons op om de warme hap maar om de hoek te halen bij een Chinees restaurant.

‘Sambal?’ vraagt de eigenaar, meneer Chen. ‘Ja hoor, gooi maar erbij,’ roepen we overmoedig. Meneer Chen maakt zijn sambal zelf. Zijn rode goedje staat bekend als ‘vuurpasta’, en de kleine zakjes die hij ruimhartig over de zakken verdeelt, noemen we op het bureau ‘blarentrekkers’, zo heet is het spul.

​We durven de vier overvolle zakken met Aziatische lekkernijen niet los op de achterbank te leggen, dus ik ontferm mij erover en zet ze op mijn schoot. ​Net als we willen wegrijden, brult onze mobilofoon. De meldkamer. Een overval op een supermarkt waarbij is geschoten. Volgens de getuige draagt de dader rode gympen en een zwart bomberjack met gouden letters op de rug. Hij is er vandoor op een zwarte scooter.

​Mijn collega schiet vol adrenaline. ‘Die ken ik’, zegt hij. ‘Die zag ik gisteren nog in de stad lopen in exact dezelfde outfit. Een jaar geleden gooide die gast een fiets op m’n hoofd. Twintig hechtingen had ik. Dat eten blijft nog wel even warm. Let’s go.’

​Hij manoeuvreert de auto naar een tactische locatie. We staan nog geen minuut stil of een zwarte scooter raast voorbij, vlak voor ons langs. ‘Hij is het!’ zegt mijn collega en met piepende banden, zwaailicht en sirene gaan we achter hem aan. ‘Zicht op verdachte!’ roep ik van een afstandje in de mobilofoon, terwijl ik vanachter de torenhoge stapel Chinese gerechten zo goed en kwaad als dat kan ons avondeten bijeen weet te houden.

Na nog geen honderd meter moeten we al een noodstop maken voor een automobilist die zonder te kijken zijn parkeervak verlaat. Ik word met kracht voorwaarts in mijn veiligheidsgordel gedrukt en verlies alle grip op de zakken met etenswaar. De bekers met Chinese tomatensoep spatten uiteen tegen de voorruit. Een nevel van soepdampen en slierten daalt op ons neer. Mijn collega laat zich echter niet uit het veld slaan. Rood van boosheid en van de tomatensoep stuurt hij handig om de automobilist heen.

​Door de met soep en taugé besmeurde voorruit kunnen we de verdachte nauwelijks zien, maar we blijven hem voorzichtig volgen. De gouden letters op zijn rug vormen het enige richtpunt. Terwijl in de auto de tomatensoep naar beneden druppelt, komen we steeds dichterbij. Ondertussen probeer ik koortsachtig contact te houden met de centrale en tegelijk de overgebleven Chinese voedselpakketjes op mijn schoot veilig te stellen.

​Tevergeefs. Op de gracht geeft mijn collega gas. En als we over een steile brug rijden, komen de wielen van onze dienstauto los van het wegdek. Ook de laatste ongeschonden tassen Chinees vliegen in het rond. Als mijn collega vervolgens na de landing een ruk aan het stuur geeft om een frontale botsing met een monumentaal grachtenpand te voorkomen, is het gedaan met ons avondeten. De bami speciaal, nasi goreng rames, foe yong hai met kip en loempia’s vliegen door onze auto.

​Onze wagen komt dwars over de weg tot stilstand. En niet alleen wij zijn gestopt. De verdachte heeft zich op de steile brug verkeken en is onderuitgegaan. Kermend van de pijn ligt hij naast zijn verkreukelde scooter. Rondom hem de zojuist door hem gestolen bankbiljetten. Mijn collega springt naar buiten en slaat de man in de boeien.

Hij laat de verdachte plaatsnemen in onze besmeurde dienstauto, op een achterbank die lijkt op een Chinees buffet na een explosie. ​Ik rijd ons terug naar het bureau.

​Als we bij het cellencomplex aankomen, kijken de collega’s ons met grote ogen aan. ‘Jongens, wat is er gebeurd? Jullie lijken wel wandelende loempia’s’, roept de brigadier aan de balie. Ik vis een zakje met vuurpasta vanachter mijn dienstwapen. Het enige onderdeel van ons avondeten dat de achtervolging heeft overleefd.

 

 

]]>
Blog: Gewapende arrestant https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-gewapende-arrestant.html Het waren twee voltreffers. Bij een schietpartij zo’n tien jaar geleden werd een slachtoffer in beide bovenarmen geraakt. De reden van de schutter?... blog Wed, 26 Aug 2020 14:30:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-gewapende-arrestant.html 2020-08-26T14:30:00Z Het waren twee voltreffers. Bij een schietpartij zo’n tien jaar geleden werd een slachtoffer in beide bovenarmen geraakt. De reden van de schutter? Die vond dat het slachtoffer ‘onvriendelijk naar hem had gekeken.’

Mijn collega en ik worden samen op de zaak gezet. We voelen de drive om ‘m op te lossen. Omdat de schutter en het slachtoffer bekenden van elkaar zijn, weten we wie we zoeken. We gaan bij de verdachte thuis langs, maar daar is hij niet. We hebben ook geen telefoonnummer van hem.

Na het horen van een aantal getuigen komen we erachter dat de schutter een minnares heeft. We besluiten haar naar het bureau te laten komen. Tijdens het gesprek zegt de vrouw geen idee te hebben waar haar minnaar is en dat ook zij geen telefoonnummer van hem heeft.

Wij denken dat ze wel degelijk meer weet.

Na uitvoerig onderzoek blijkt dat de schutter zich ergens in een andere grote stad schuilhoudt. Op zoek naar aanknopingspunten stappen we een paar dagen na het gesprek in de auto. Op naar deze stad, waar we de weg totaal niet kennen. Het is lekker weer, we rijden met de raampjes open in een rustig tempo de ene na de andere straat in en kijken goed rond. Het is een grote stad, maar je weet maar nooit…

Als we aankomen bij een winkelcentrum geven we voorrang aan een verliefd stelletje bij het oversteken. En dan zien we het. Op het moment dat het stel voor onze neus oversteekt, herkennen we de schutter met zijn minnares; de vrouw die we eerder als getuige langs lieten komen. We schieten meteen maximaal in onze adrenaline, zitten te stuiteren op onze stoelen.

We weten dat de man vuurwapengevaarlijk is. Hij heeft ten slotte twee keer gericht op iemand geschoten. We besluiten daarom om eerst onopvallend door te rijden. Eenmaal uit het zicht van het stelletje stap ik uit de auto en volg ik ze op veilige afstand. Mijn collega blijft in de auto in de buurt wachten, terwijl ik achter de twee aanga. Ik volg ze een tijdje en het duurt even, maar dan zie ik dat ze een woning binnengaan: we hebben de verblijfplaats van de schutter gevonden.

Iets later wordt onze schutter door het arrestatieteam in de woning aangehouden. Het is maar goed dat wij zelf niet direct actie hebben ondernomen toen we hem op straat tegenkwamen. Bij zijn aanhouding droeg de man een doorgeladen vuurwapen in zijn broeksband.

Achteraf gezien was ons ritje naar deze voor ons onbekende stad dus een regelrechte voltreffer. Soms levert buiten de gebaande paden gaan meer op dan je denkt.

]]>
Om veiligheidsredenen is bij deze blog niet de voornaam van de rechercheur vermeld.

]]>
Blog: Schuldgevoel https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-schuldgevoel.html Ik zie een jonge man in het gras zitten. De schrik is in zijn ogen af te lezen. Hij houdt zijn ene hand op zijn andere arm gedrukt. Een wat oudere... blog Wed, 19 Aug 2020 14:30:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-schuldgevoel.html 2020-08-19T14:30:00Z Ik zie een jonge man in het gras zitten. De schrik is in zijn ogen af te lezen. Hij houdt zijn ene hand op zijn andere arm gedrukt. Een wat oudere man staat bij hem, ook hij kijkt verward om zich heen. Hun flink gehavende auto staat iets verderop.

Mijn collega en ik spreken hen aan. Het zijn vader en zoon. De zoon bloedt bij zijn onderarm en heeft veel pijn. Een toegesnelde ambulancebroeder komt hem verzorgen.

Ik vraag de vader hoe het ongeluk is gegaan, maar hij reageert niet meteen. Na een tijdje zegt hij: ‘Ik moest uitwijken voor een andere auto die heel langzaam reed. Daarbij raakte ik van de weg.’

De auto raakte een lantaarnpaal en is hierdoor gaan tollen. De lantaarnpaal is finaal uit de grond gereden. Erachter staat een dikke boom. De twee mogen van geluk spreken. Die lantaarnpaal is hun redding geweest. Anders was de auto vast en zeker tegen de boom gevlogen. En dan hadden ze wel dood kunnen zijn.

Uit de blaastest blijkt dat de vader gedronken heeft. ‘Tja, een wijntje ofzo. Ik wilde alleen even snel mijn zoon op de trein zetten.’

In het ziekenhuis, waar de zoon wordt behandeld voor zijn arm, ga ik nog even naar de vader toe. De man is emotioneel. Het schuldgevoel drukt zwaar op hem, hij neemt het zichzelf enorm kwalijk. Ik zeg tegen hem dat dit gevoel wel terecht is, maar dat hij dat nu even naast zich neer moet leggen. En dat hij zelf ook van geluk mag spreken.

De man begint te huilen en vertelt dat hij zijn zoon in zijn jeugd al eens bijna is kwijtgeraakt door een ziekte. Troostend leg ik mijn hand op zijn schouder. Samen praten we nog even over wat er is gebeurd, totdat hij weer wat rustiger is.

Bij aanrijdingen zijn er alleen maar verliezers. Het is niet aan mij om mensen te veroordelen. Dat doet de rechter. Het is mijn taak om de feiten zo goed mogelijk op papier zetten en om hulp te verlenen.

Financieel zal de man een flinke klap krijgen. Een kapotte lantaarnpaal, de schade aan zijn auto en de ziekenhuiskosten voor zijn zoon. Ook voor het rijden onder invloed en het veroorzaken van een ongeval krijgt hij een fikse boete. Maar het had allemaal veel erger kunnen aflopen.  

]]>