Landelijke feed | Alle blogs | politie.nl https://rss.politie.nl/rss/algemeen/blogs/blogs.xml Alle meest recente blogs nl Sun, 09 May 2021 06:38:05 GMT 2021-05-09T06:38:05Z nl Blog: De achtervolging https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-de-achtervolging2.html Tijdens een nachtdienst krijgen we een bericht van de meldkamer over een gestolen auto. We moeten op zoek naar een Ford Escort met een bepaald... blog Wed, 05 May 2021 14:30:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-de-achtervolging2.html 2021-05-05T14:30:00Z Tijdens een nachtdienst krijgen we een bericht van de meldkamer over een gestolen auto. We moeten op zoek naar een Ford Escort met een bepaald kenteken. De auto is net bij een woninginbraak volgegooid met de buit en de daders zijn ermee vandoor gegaan. Meteen gaan we op verschillende plekken in de regio met politieauto’s staan, wachtend op de Ford Escort. Maar na ongeveer 45 minuten is ‘ie nog steeds nergens gespot.

We gaan door met de nachtdienst en er gebeurt verder weinig bijzonders. Totdat we een bericht krijgen over twee mannen die bezig zijn met het overladen van spullen van de ene auto naar de andere. Allebei de auto’s zijn Fords Escort. We stappen snel in de politieauto. We kennen deze wijk perfect en denken te weten welke route de mannen gaan volgen.

Dan horen we dat andere collega’s een Ford Escort zien rijden die op de vlucht lijkt. We horen de rijrichting en wrijven ons in de handen: de auto komt onze kant op. Precies wat we dachten.

We spotten de wagen al gauw, maar nog niet de achtervolgende politieauto met onze collega’s. Die blijkt er nog een flink stuk achter te rijden. Dat geeft ons de kans de achtervolging over te nemen.

Mijn collega geeft gas en ik zorg ervoor dat de meldkamer precies weet waar wij rijden. We doen het zwaailicht van onze auto aan, maar niet de sirene. Zo kunnen wij ons beter focussen op de achtervolging.

Aan hun rijgedrag merken wij dat de mannen van de Ford Escort deze omgeving niet kennen. Dat is ons voordeel, want wij kennen het gebied op ons duimpje. Opeens zie ik dat de bestuurder gaat spookrijden! Levensgevaarlijk. Wij blijven ze volgen op de baan ernaast, wel in de goede rijrichting.

En dan gebeurt het. In mijn spiegel zie ik dat onze collega’s achter ons aankomen. Die hebben van de meldkamer doorgekregen waar wij rijden. We komen bij een kruising met verkeerslichten die op knipperen staan. Ineens komt er van links een auto aangereden, maar het is geen politieauto. De vluchtende Ford rijdt rechtdoor en wordt door de automobilist van links aangereden. Bam! Hij raakt de Ford Escort vol in de zijkant, waarna de auto stuiterend en rokend tot stilstand komt.

Mijn collega stapt snel uit, ontwijkt de rondvliegende brokstukken en rent naar de gehavende Ford. Maar de bestuurder is al uitgestapt en rent weg. De andere dief gaat er ook vandoor.

Ik ben ook uitgestapt en het lukt me om de bestuurder te tackelen. Daardoor valt hij voorover op de grond. Ik zie dat hij zich snel omdraait van buik naar rug. Dan duik ik bovenop hem om hem aan te houden. Ik hoor iemand roepen; “Pistool, hij heeft een pistool in zijn broek!”

Ik schrik en kijk naar de broeksband van de verdachte en zie in een flits het handvat van een revolver. Ik heb geen tijd meer om mijn wapen te trekken. Ik geef de worstelende verdachte een vuistslag in zijn gezicht. De man grijpt met twee handen naar zijn gezicht. Dat geeft mij en een toegesnelde collega de kans om hem goed vast te houden en in de boeien te slaan. Snel halen we de revolver weg.

Achteraf horen we dat de boeven niet alleen de auto en spullen hadden gestolen bij hun inbraak, maar ook de revolver. Als ik dat had geweten dan hadden mijn collega en ik de arrestatie heel anders gedaan. Het was levensgevaarlijk om er zo op te duiken.

We hebben de twee gasten aangehouden: het resultaat is goed. Maar we hebben wel geluk gehad. Net als de automobilist die de boeven van links aanreed trouwens: zijn auto is totall loss, maar hij kwam er wonder boven wonder zonder kleerscheuren vanaf.

]]>
Blog: Een harde knal https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-een-harde-knal.html Op een regenachtige dag rijden wij in de politieauto door landelijke gebied als wij ineens langs de kant van de weg een auto zien staan. Het is een... blog Wed, 28 Apr 2021 14:30:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-een-harde-knal.html 2021-04-28T14:30:00Z Op een regenachtige dag rijden wij in de politieauto door landelijke gebied als wij ineens langs de kant van de weg een auto zien staan. Het is een ouder model Citroen, een oldtimer. De motorkap staat open. De regen komt inmiddels met bakken uit de lucht en dan is het geen pretje om pech te hebben. Dus we stoppen.

We zetten de auto aan de kant, stappen uit en lopen naar de bestuurder om te zien of we hulp kunnen bieden. Als we bij de oldtimer aankomen, zien we een man met een wollen sjaal om. Hij leunt voorover in de auto en rommelt aan de motor.

Mijn collega vraagt vriendelijk of wij misschien kunnen helpen, maar de man reageert nogal nors. Het lijkt ons geen “politievriend”. Hij wimpelt onze hulp af en zegt dat hij een kenner is van klassieke auto‘s en dat wij daar toch geen verstand van hebben. Dus we kunnen hem niet helpen.

Terwijl mijn collega met hem praat zie ik dat de man onverstoord verder gaat met de reparatie van zijn klassieker. In zijn handen heeft hij een auto-onderdeel, een bougie. Ik zie dat op zijn motorblok een losse kabel ligt en ik zie het gat waar de bougie in de motor hoort te zijn gedraaid.

Opeens trekt de man een wollen draad uit de zelfgebreide das die hij om zijn nek heeft. Hij trekt de draad om de schroefdraad van de bougie en begint te wikkelen. Kennelijk is de schroefdraad van de bougie of het motorblok lam en denkt hij dit zo te kunnen repareren.

Ik ben bezorgd en probeer de man uit te leggen dat zijn oplossing van een wollen draad voor de losse bougie misschien niet zo ’n goed idee is… maar hij luistert niet. Hij heeft de bougie er al ingedraaid. Hij klapt de motorkap dicht en stapt in zijn auto.

Ik geef niet op en probeer het nog een keer : ‘Maar meneer…’ Het heeft geen nut. De man zit inmiddels al achter het stuur van zijn oldtimer en start de motor. Die pruttelt een tijdje en dan klinkt er een harde knal vanonder de motorkap. Dwars door de motorkap heen steekt een losse bougie.

Wij kijken ernaar en we kijken naar de man. En dan besluiten we om maar weer verder te rijden. Want ook voor dit probleem zal de man wel een oplossing hebben bedacht.

]]>
Blog: De gebroken ruit https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-de-gebroken-ruit.html Vandaag draai ik een “superlate” dienst, zoals we die zo mooi noemen. Dat is een dienst van 18:00 uur tot 03:00 uur. Ik wil net een hapje gaan eten... blog Wed, 21 Apr 2021 14:30:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-de-gebroken-ruit.html 2021-04-21T14:30:00Z Vandaag draai ik een “superlate” dienst, zoals we die zo mooi noemen. Dat is een dienst van 18:00 uur tot 03:00 uur. Ik wil net een hapje gaan eten als er een melding binnenkomt. Het gaat over een buurvrouw die haar buurman al een hele poos niet gezien heeft en zich zorgen om hem maakt.

Als ik bij de woning aankom, vertelt de vrouw dat ze haar buurman al weken niet heeft gezien. Vandaag kreeg ze een pakketje voor hem. Daarom belde ze bij de buurman aan en bonkte op de ramen, maar ze kreeg geen gehoor. Niemand in de buurt heeft een sleutel van zijn huis en er is geen contactpersoon bekend. Ik bedank de buurvrouw en zeg haar dat wij ook even gaan een kijkje gaan nemen.

Samen met mijn collega loop ik naar de voordeur. Dicht. Het huis zit echt pot, - en potdicht. Alle ramen zijn gesloten en ook de lamellen zijn dicht. Aan de achterkant van de woning hetzelfde verhaal. We bonzen op de ramen, drukken lang op de bel en klepperen met de brievenbus, maar we krijgen geen respons. Met het verhaal van de buurvrouw in ons achterhoofd, doen we eigenlijk al een aanname. We gaan ervan uit dat de bewoner is overleden en dat dit de reden is dat hij niet reageert. De man is op aardige leeftijd en zijn gezondheid is niet heel goed volgens de buurvrouw.

We besluiten om de deur te forceren, met de welbekende bonk. Helaas merken we dat de man allerlei veiligheidssloten op de deur heeft, zodat we er niet in komen. De achterdeur gaat naar buiten toe open, dus heeft de bonk daar ook geen zin. Terwijl we nadenken over wat we gaan doen, blijven we op de ramen en deuren bonzen. Ook al weten we eigenlijk al dat we toch geen antwoord krijgen.

Inmiddels is de hele buurt uitgelopen om te kijken wat wij allemaal aan het doen zijn en iedereen geeft ons goed bedoeld advies. We besluiten dat we nu toch echt in actie moeten komen en dus trek ik mijn dikke jas aan en zet een veiligheidsbril op.

Dan pak ik de bonk, die ik keihard in het glas naast de voordeur ram. Het glas breekt onmiddellijk en valt met een enorm lawaai uit elkaar. Ik haal het laatste glas weg om ervoor te zorgen dat ik straks door de opening kan klimmen zonder mezelf te bezeren. Dan zie ik in mijn ooghoek iets bewegen.

Midden in mijn beweging om de volgende ram tegen het glas te geven, zie ik ineens een man achter het raam staan. Ik schrik me kapot! Het blijkt de bewoner te zijn, die eindelijk op geluiden reageert. Het lawaai van het vallende en brekende glas heeft hem uit een diepe slaap gewekt. Hij had flinke slaappil ingenomen, waardoor hem alles is ontgaan, zo diep was hij in slaap. Hij baalt enorm van alle schade en rotzooi die ik heb veroorzaakt.

Ik leg de man uit waarom we ons zorgen maakten en waarom we de ruit hebben vernield. Dit kan hij wel begrijpen. Samen met mijn collega ruim ik het glas op. De buren hebben inmiddels door dat de bewoner gezond en wel aanwezig is en ze druipen een voor een af.

Als bijna al het glas is opgeruimd en de glaszetter is geregeld, geef ik de man het advies om een van de buren de sleutel te geven van zijn huis of in ieder geval de naam van een contactpersoon. De man zegt resoluut: ‘Nee, dat hoeft van mij niet, dat gaat niet gebeuren.’ En hij draait zich om en loopt weer naar boven.

Dat was het dan, denk ik. Alle moeite voor niets. In elk geval heb ik mijn stofzuiger-skills weer eens onderhouden. Alstublieft meneer, en graag gedaan!

]]>
Blog: Castor, af! https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-castor-af.html Op een dag rijd ik op de motor naar een buitenwijk om een bewoner een gerechtelijk stuk te laten ondertekenen. Ik breng de motor tot stilstand bij... blog Wed, 14 Apr 2021 14:30:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-castor-af.html 2021-04-14T14:30:00Z Op een dag rijd ik op de motor naar een buitenwijk om een bewoner een gerechtelijk stuk te laten ondertekenen. Ik breng de motor tot stilstand bij een hoge flat en kijk naar het adres en huisnummer op mijn papieren. Nummer 818. Het zal de bovenste verdieping wel zijn, denk ik bij mezelf.

In de hal aangekomen zie ik dat het appartement waar ik moet zijn inderdaad op de bovenste verdieping ligt. Maar gelukkig, er is een lift.

Ik loop de galerij op en lees in gedachten de huisnummers van de voordeuren waar ik langs loop: 802, 804, 806, 808 810…

En dan opeens; een doffe dreun gevolgd door een hard geblaf van een hond. Tijdens het passeren van huisnummer 810 schiet er een hond tegen het dubbele glas van de voordeur van de woning. Onder luid geblaf laat de viervoeter merken dat hij niet van mijn komst is gediend.

Van schrik deins ik achteruit, kom met mijn zij tegen de balustrade van de achtste verdieping en kijk over de rand van het hek een kleine 30 meter naar beneden. Mijn hartslag loopt op naar de 180 slagen per minuut en mijn lichaamstemperatuur begint in een sneltreinvaart te stijgen. Snel herpak ik me, zodat ik niet van acht hoog naar beneden kukel.

De hond blijft maar blaffen terwijl ik verder loop. 810, 812, 814, 816. Ja, ik ben er. De bewoner opent de deur en ondertekent het gerechtelijk stuk, waarna ik weer terugloop richting de lift. Ik hoor de hond nog steeds blaffen.

Bij nummer 808 wordt de deur geopend door een oudere dame. ‘Agent’, zegt de dame, ‘iedere keer als er iemand over de galerij loopt, slaat de hond van mijn buurman aan als hij niet thuis is. De buurman is niet voor rede vatbaar, maar ik word er tureluurs van. Kan u hier iets aan doen?’ Snel denk ik na. ‘Weet u hoe de hond heet, mevrouw?’ vraag ik haar. ‘Castor, agent,’ is het antwoord.

Ik kijk door de brievenbus en zie een schuimbekkende grote hond voor de deur staan die nog steeds niet gestopt is met blaffen. Ik schraap mijn keel en schreeuw zo hard als ik kan: ‘Castor, Af!’

Tot mijn stomme verbazing zie ik dat de hond gaat liggen en stopt met blaffen. Ik strek mijn lijf, loop langs de oude dame van huisnummer 808 en zeg: ‘Geregeld mevrouw.’

Vervolgens loop ik snel verder en kijk niet meer achterom, zodat de dame de grijns op mijn gezicht niet ziet. Eenmaal beneden kijk ik nog één keer omhoog.

Op de achtste verdieping staat de oude dame, ze leunt over de balustrade en kijkt mij met open mond aan als ik op de motor stap en wegrijd. Toch maar even een mailtje naar de wijkagent sturen als ik op het bureau ben.

]]>
Blog; De sprong uit het brandende huis https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-de-sprong-uit-het-brandende-huis.html Tijdens onze nachtdienst komt er een melding binnen van brand in een huis. Op het adres staat een man van 85 jaar ingeschreven. Mijn collega’s en ik... blog Wed, 07 Apr 2021 14:30:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-de-sprong-uit-het-brandende-huis.html 2021-04-07T14:30:00Z Tijdens onze nachtdienst komt er een melding binnen van brand in een huis. Op het adres staat een man van 85 jaar ingeschreven.

Mijn collega’s en ik rennen naar de politieauto en rijden die kant op, na zes minuten zijn we er. Een andere politie-eenheid is er al, verder nog niemand. Ik zie dat de vlammen al uit de woning slaan. De brandweer is onderweg is en ik hoop dat ze snel zullen komen.

Mijn collega’s komen aanlopen met een vrouw op leeftijd. Ze ondersteunen haar. De vrouw zegt dat haar partner in de achtertuin op een bankje zit. Ik neem de vrouw van mijn collega’s over. Van de buren die inmiddels wakker zijn geworden, krijgt ze sokken en sloffen. We helpen haar naar een tuinstoel en met het aantrekken daarvan. ‘Jee, wat kan het verlenen van hulp breed zijn’, schiet het door mij heen.

De vrouw is 72 jaar oud en heeft een latrelatie met de 85-jarige man die in het huis woont. Dan komt hij aangelopen, ondersteund door mijn collega’s. Ook hij neemt plaats op een tuinstoel. Hij vertelt dat hij al zijn hele leven in het huis woont dat hij nu in rook ziet opgaan. Ik heb met hem te doen, maar hij gedraagt zich kranig.

‘We zijn van het balkon gesprongen’, hoor ik de vrouw zeggen. Ik kan het eerst niet geloven. ‘Hoe bedoelt u?’, vraag ik haar. Ze begint te vertellen. Ze lag in bed en was iets voor drieën wakker geworden van rook. De hele kamer stond al blauw ervan. Ze maakte haar man wakker en wilde het licht aan doen, maar dat lukte niet. Ook een andere lamp ging niet aan. De elektriciteit was uitgevallen. De telefoon werkte niet meer en naar beneden gaan was door de flinke rookontwikkeling ook geen optie. Wat moeten we doen, vroegen ze zich samen af. Via het raam klimmen en op de aanbouw springen bleek geen mogelijkheid. Het raam kregen ze niet open.

Ik kan de paniek die zij kort ervoor gevoeld moeten hebben, bijna zelf voelen. Ze gaat verder en vertelt dat ze het balkon op is gegaan. ‘Dat was niet zomaar een kwestie van de deur openen’, zegt ze. Nee, ze heeft met kracht de hor eruit getrokken. Ik kijk naar haar handen en zie wat verwondingen door het lostrekken van de hor. Ze vertelt dat ze dat gekke ding normaal nooit open kreeg, maar toen het moést lukte het. Samen stonden ze op het balkon. Haar man twijfelde of dit wel de beste optie was, maar ze was vastberaden en zei: ‘Ik breek liever een been dan dat ik stik of verbrand.’

Ik hoor het verhaal vol ongeloof aan. Het balkon heb ik bij aankomst gezien en is minstens vier meter hoog. Zij sprong als eerste. Voor de sprong heeft ze nog wel om hulp geroepen, maar omdat het een vrijstaande woning is en het in het holst van de nacht was, heeft niemand haar gehoord. Ze ging aan het balkon hangen. ‘Ik heb mezelf zo lang mogelijk gemaakt’, vertelt ze. Dit had ze ooit ergens gezien of gehoord en daardoor zou de val minder hoog zijn. Voor ze losliet dacht ze er nog aan om niet met rechte benen naar beneden springen, want dan zou ze haar enkels breken.

Wat een held, deze vrouw, denk ik bij mezelf. Ondanks haar verwondingen die ze door de val had opgelopen kroop ze op handen en voeten naar de buren. Daar schreeuwde ze, riep, klopte en bonkte ze net zo hard, totdat de buren haar hoorden en door hadden wat er aan de hand was.

Zij belden 112. Op handen en knieën ging de vrouw terug naar het balkon. De buren zochten naar een ladder om de man die nog op het balkon stond te bevrijden, maar vonden er geen. Ook voor hem was er toen geen andere optie dan te springen. Hij vertelde mij later dat de vlammen als een mes op hem afkwamen. Wachten op hulp zou te laat zijn.

Ik bel de zoon en schoondochter van de vrouw wakker en vertel hen wat er aan de hand is. Ze wonen op een paar minuten afstand en komen er meteen aan. De brandweer en de ambulances zijn ondertussen ook aangekomen. De brandweer begint met het uitrollen van de slangen en werkt met man en macht om te redden wat er te redden valt. De ambulancemedewerkers nemen de zorg voor het bejaarde stel over. Ook zij kunnen het verhaal bijna niet geloven en nemen hen mee naar het ziekenhuis.

Precies twintig dagen later zoek ik het stel op in een revalidatiecentrum in de buurt. Gelukkig hebben ze samen een plekje gekregen om aan hun herstel te werken. Wonder boven wonder valt hun letsel gezien de sprong mee, al is het nog steeds niet niks. Allebei hebben ze een paar gebroken rugwervels. De vrouw heeft ook een rib gebroken en haar borstbeen is gekneusd. Beiden zitten onder de blauwe plekken en hebben achteraf enorme spierpijn. Desondanks beseffen ze dat ze ongelooflijk veel geluk hebben gehad.

Onder het genot van een kop koffie en heerlijke bonbons, bespreken we de nacht van de brand. We vullen elkaars verhalen aan en delen samen een bijzondere herinnering. Daarna nemen we afscheid van elkaar. Ze bedanken ons hartelijk voor alle hulp. De man kijkt naar zijn vrouw en zegt dan: ‘Deze wereldvrouw heeft mijn leven gered! Als zij de rook niet had opgemerkt, dan…’. En hij slikt zijn laatste woorden in.

]]>