Landelijke feed | Alle blogs | politie.nl https://rss.politie.nl/rss/algemeen/blogs/blogs.xml Alle meest recente blogs nl Tue, 02 Mar 2021 03:17:51 GMT 2021-03-02T03:17:51Z nl Blog: Thuisbezorgd https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-thuisbezorgd.html Op dit moment werk ik thuis en beantwoord telefoontjes van mensen die met het servicenummer (0900 8844) van de politie bellen. Ik rond net een... blog Wed, 24 Feb 2021 15:30:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-thuisbezorgd.html 2021-02-24T15:30:00Z Op dit moment werk ik thuis en beantwoord telefoontjes van mensen die met het servicenummer (0900 8844) van de politie bellen. Ik rond net een emotioneel gesprek af met een vrouw die haar minderjarige zoon kwijt is, als beneden in de hal de deurbel klinkt. “Ik doe niet open”, denk ik. Ik ben aan het werk.

Maar de bel blijft klingelen, dus het zal wel dringend zijn. Ik zet mijn status van mijn telefoon op ‘niet beschikbaar’ en ren de trap af. Buiten op de stoep staat een voor mij onbekende oude dame. Ze hangt een beetje krom over haar rollator. Ik schat haar rond de tachtig.

‘Ik kom voor de dagbesteding.’ Ze kijkt mij glazig aan. ‘Oh jee’, reageer ik verbaasd. ‘Dat is hier niet’. ‘Jawel, want het staat op de deur om de hoek.’ Ze wijst en vertelt dat ze zojuist door een taxibusje op de hoek is afgezet. Over twee uur wordt ze weer opgehaald.

Ik denk razendsnel na. Aan onze achterdeur hangt een poster waarop te lezen is dat cliënten van een dagbesteding ergens anders in de stad, een tentoonstelling houden met kunstwerken die ze zelf hebben gemaakt. Ik begrijp de verwarring, maar heb ook geen idee waar in mijn directe omgeving de dagbesteding voor mevrouw te vinden is.

‘Het spijt me mevrouw, maar ik kan u niet helpen. Ik ben een particulier. Er is hier geen dagbesteding.’

‘Toch wel’, houdt mevrouw vol.

Ik kijk naar haar. Onder haar niet al te dikke jas draagt ze iets wat lijkt op een pyjama. Ik zie haar blote sleutelbeen en een stukje van haar decolleté. Het is geen optie om deze dame met haar rollator aan haar lot over te laten en het is buiten ook nog eens rond het vriespunt. Bovendien heb ik de indruk dat mevrouw door dementie de greep op de werkelijkheid aan het verliezen is.

‘Komt u maar even binnen’, besluit ik. ‘Dan gaan we even uitzoeken waar u moet zijn.’ Ik ondersteun haar als ze de twee treden van de portiek moet beklimmen en til daarna haar rollator naar binnen. Aan het stuur bungelen twee tasjes en in het mandje ligt een flesje water. Ik zie nu ook dat ze op sloffen loopt. Ik zet haar op mijn bank en ren naar boven om mijn leidinggevende even op de hoogte te brengen van deze wonderlijke gebeurtenis. Mijn telefoonstatus gaat op haar verzoek op ‘naar huis’.

‘Hoe heet u mevrouw?’  vraag ik, eenmaal weer beneden. ‘Jet’, zegt ze buitengewoon helder. ‘Wat leuk dat ik nu eens bij u binnenkom.’

Ik vraag naar haar achternaam en haar adres. Ze weet het me allemaal feilloos te noemen en ze blijkt te wonen in een verzorgingstehuis aan de andere kant van de stad. Ik pak mijn telefoon en bel de receptie. De dame aan de lijn kent mevrouw niet en verbindt me door met de verpleging. De verpleegkundige die ik aan de lijn krijg kent mevrouw wel. Ze vraagt me om de telefoon aan mevrouw te geven en ik hoor ze vervolgens samen praten.

‘Was je weer op stap Jet?’

Mevrouw geeft giechelend antwoord. Ondertussen komt het niet tot een oplossing hoe ze weer thuiskomt. Ik vraag mijn telefoon terug.

De verpleegkundige bevestigt dat mevrouw woont waar ze zegt dat ze woont. Ze stelt voor om een busje te bellen, maar geeft daarbij aan dat het misschien wel twee uur duurt voor het busje daadwerkelijk bij mij kan zijn.

Ik laat mijn ongenoegen doorschemeren en zeg dat ik een particulier ben die aan het werk is. Ik kan mevrouw niet nog twee uur lang bezighouden. Ik overweeg even om de collega’s van de surveillancedienst in te schakelen, maar het risico zit erin dat ik ook op hun komst moet wachten.

‘Goed’, zeg ik beslist, ‘als het allemaal zo lang moet duren, dan breng ik haar zelf wel naar huis.’ Ik zie dat de dame blij is met het bericht en ik zet me over de ergernis heen. We zijn op de wereld om elkaar te helpen, nietwaar?

Ik help mevrouw overeind. Mijn hand omsluit haar broze bovenarm. Samen dalen we de twee treden van het portiek weer af en ik zet de rollator voor haar op de stoep. ‘Gaat u even zitten, ik haal de auto.’

Mevrouw doet braaf wat ik zeg. Omdat ik midden in de stad woon, staat de auto op zo’n honderd meter van mijn huis. Ik trek een sprintje, ook omdat mevrouw nu met haar pyjamaatje weer in de kou zit. Ik rij voor, help haar in de auto en leg de rollator in de kofferbak.

‘Nou mevrouw’, zeg ik onderweg. ‘U hebt nu wel een verhaal om te vertellen hoor.’ ‘Ik had het best willen missen’, zegt ze, ‘want nu mis ik mijn dagbesteding. Maar ik vind het zo leuk dat ik een keer bij jou binnen ben geweest.’

Bij het verzorgingstehuis parkeer ik voor de deur en help ik mevrouw met uitstappen. Als ik wegrijd, zwaait ze naar me. Ze oogt nog kleiner dan daarvoor.

Thuis ren ik de trap op. Ik meld me aan voor het werk en zet de telefoon weer op ‘beschikbaar’ en ga direct in gesprek met iemand die last heeft van een paar blaffende honden bij de buren. Life goes on

Als ik er zo over nadenk, dan ben ik al die tijd eigenlijk gewoon aan het werk geweest. Hulp verlenen aan haar die het behoeft en dat dan helemaal in de lijn van corona. De politie werkt niet alleen thuis. We doen zelfs aan thuisbezorgd.nl.

]]>
Blog: Een schaap reanimeren https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-een-schaap-reanimeren.html Wat politiewerk uniek maakt is dat je nooit weet waar de volgende melding over gaat. Regelmatig krijgen we in ons werk te maken met verwarde mensen.... blog Wed, 17 Feb 2021 15:30:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-een-schaap-reanimeren.html 2021-02-17T15:30:00Z Wat politiewerk uniek maakt is dat je nooit weet waar de volgende melding over gaat. Regelmatig krijgen we in ons werk te maken met verwarde mensen. Ik heb er de afgelopen jaren tijdens mijn werk heel wat ontmoet. Ik hoop dat er een wending is gekomen in hun lot.

Een voorval kan ik me nog goed herinneren, al is het alweer heel wat jaren geleden. Samen met mijn collega krijg ik de opdracht om naar een bedrijf te gaan dat dode dieren verwerkt. In de hal van het bedrijf zou een man zitten die niet weg wil gaan.

Met onze politiebus rijden we er naar toe. Het is even zoeken op het grote destructieterrein, maar uiteindelijk vinden we een deur die toegang geeft tot een kantoor dat bij het bedrijf hoort. We gaan naar binnen en komen in een kleine wachtruimte met een balie waar  een wat sjofel geklede man op een bankje zit.

Een medewerker van het bedrijf komt naar ons toe gelopen en steekt gelijk van wal: ‘Deze man wil niet weggaan. Hij wil naar één van de schapen die net door een vrachtauto is binnengebracht.’ De medewerker vertelt dat de man van plan is om één van de schapen te reanimeren en mond-op-mondbeademing te geven. Ondertussen is de wat sjofel geklede man opgestaan en loopt naar ons toe. ‘Ik kan het schaap beter maken, ik kan het schaap beter maken’, zegt hij vol vuur. Hij is er werkelijk van overtuigd dat hij het schaap kan redden, maar de blik in zijn ogen en zijn manier van praten zijn verward.

Even probeer ik me een voorstelling te maken van de reanimatie van een schaap dat al enige uren in de laadbak van een vrachtauto heeft gelegen met meerdere dode soortgenoten. Al snel kom ik tot de conclusie dat het de verwarde man niet gaat helpen en dat het misschien beter is om hem een lift aan te bieden richting de bewoonde wereld. Het kost ons enige overredingskracht om de man ertoe te bewegen met ons mee te gaan. Het bekertje koffie dat hij van de medewerker krijgt maakt dat hij wat tot rust komt. Uiteindelijk neemt hij plaats op de royale achterbank van onze bus. Zichtbaar opgelucht werpt de medewerker ons een dankbare blik toe en dan rijden we met onze passagier naar de stad.

‘Kunt u mij afzetten bij de volgende bushalte?’ klinkt het opeens vanaf de achterbank. Dit is uiteraard geen probleem. De man is verward maar hij lijkt geen gevaar voor zichzelf of zijn omgeving te zijn. Hij is, zoals het er nu naar uitziet, niet meer bezig met zijn reanimatieplan. Voor een rijtje woningen zien we de bushalte die de man bedoelt. We stoppen, openen de schuifdeur en helpen de man uitstappen. Hij bedankt ons voor de lift.

Bij het wegrijden zie ik opeens een weiland vol met schapen, dat recht tegenover de bushalte ligt. ‘Heb je gezien waar we hem hebben afgezet’ zeg ik tegen mijn collega. Mijn collega kijkt me verbaasd aan. ‘Nee, hoezo? Wat bedoel je?’ Ik vertel hem wat me zojuist is opgevallen.

Na het afhandelen van de volgende melding rijden we toch maar even terug naar de plek waar de verwarde man vanmiddag is uitgestapt. Maar de man zien we niet meer en de schapen staan allemaal gezond op hun pootjes. Wat zou de volgende melding ons brengen?

]]>
Blog: Dus toch emoties https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-dus-toch-emoties.html Op een koude winterdag rijden we door een landelijk buitengebied als we een vrouw langs de kant van de weg zien staan. Met paniekerige armbewegingen... blog Wed, 10 Feb 2021 15:30:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-dus-toch-emoties.html 2021-02-10T15:30:00Z Op een koude winterdag rijden we door een landelijk buitengebied als we een vrouw langs de kant van de weg zien staan. Met paniekerige armbewegingen probeert ze onze aandacht te trekken. ‘Snel, kom snel, er ligt een kind in het water!’ 
Zo snel als we kunnen rennen we naar een verderop gelegen sluisje. Aan de achterkant stroomt het water zo snel over de klep van het sluisje dat er een schuimlaag van een halve meter dik is ontstaan. In die schuimlaag zie ik hem ineens. We kijken opnieuw, maar het kind is weer verdwenen. Alleen de rondtollende bal in de schuimlaag verraadt het ergste. Plotseling zie ik naast de bal een klein hoofdje dat net als de bal, af en toe weer in het schuim verdwijnt.

Ik schat in dat ik minstens tien meter moet zwemmen om bij het kind te komen. In een snelle beweging doe ik de uniformjas uit en smijt mijn koppel met pistool op de grond. Ik spring in het water en verwacht kopje onder te gaan, maar het water is hier maar kniediep. Zo snel als ik kan waad ik naar de schuimlaag. Ik wil hem pakken, maar zie geen hoofdje meer en ook geen bal. Er is alleen maar vies schuim. Ik doe nog een stap naar voren en plots is de bodem weg onder mijn voeten, zodat ik onder water verdwijn. Ik ontdek ineens dat zwemmen in sterk bruisend water heel moeilijk gaat. Als ik happend naar adem weer boven kom, kijk ik opnieuw om me heen en zie de vrouw en mijn collega op de kant staan. Uit de blik van mijn collega maak ik op dat hij kennelijk ook niets meer kan ontdekken wat op een kind lijkt. Plotseling botst er onder water iets tegen me aan. In een reflex grijp ik het vast en houd een bos haar in mijn handen, dat vast zit aan een hoofdje.

Ik klauter met veel moeite uit de diepere geul en til het kind op. Het is niet ouder dan een jaar of vijf en heeft lang blond haar dat aan zijn witte gezichtje plakt. Hij hangt slap in mijn armen en ik vrees het ergste. Door het ondiepe water ben ik in een flits met hem aan de kant. Ik leg hem op de grond met zijn hoofdje op mijn uniformjas. Net als ik wil beginnen met reanimeren kotst hij mijn hele jas onder en begint te krijsen. Wat een opluchting. De ambulance is er inmiddels ook, evenals de moeder van het jongetje. Mijn taak zit er op,  eerst maar naar huis om die koude, vieze kleren om te wisselen.

Door allerlei omstandigheden spreek ik daarna nooit de moeder van het jongetje meer en langzaamaan vergeet ik het voorval bijna. Ik verbaasde me er wel over dat er  weinig emoties bij mij aan te pas kwamen. Ik handelde gewoon.

Tot ik jaren later bij een winkelcentrum op iemand sta te wachten. Ineens  zie ik een vrouw met een jongetje van een jaar of tien. De vrouw duwt de jongen met “zachte hand “ in mijn richting. Kennelijk moet hij me iets vertellen. ‘U heeft mij lang geleden uit het water gehaald, toch?’ Ik voel de tranen in mijn ooghoeken opwellen en probeer me groot te houden. Dus toch emoties. Nu ik dit stukje schrijf voel ik de tranen opnieuw….gelukkig ik ben toch gewoon een mens.

]]>
Blog: De grote wisseltruc https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-de-grote-wisseltruc.html Het is een nazomerse dag. Ik loop door een drukke winkelstraat van de stad. Ergens op een terras zitten een man en vrouw. Ze hebben net een biertje... blog Wed, 03 Feb 2021 15:30:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-de-grote-wisseltruc.html 2021-02-03T15:30:00Z Het is een nazomerse dag. Ik loop door een drukke winkelstraat van de stad. Ergens op een terras zitten een man en vrouw. Ze hebben net een biertje en een cola besteld. Op het eerste oog lijkt er niets aan de hand. Toch zit het me niet lekker. Ik ken die man ergens van...

Ik besluit langs het terras te lopen om ze beiden even te bekijken, wellicht dat er een lampje gaat branden. Ik heb dat wel vaker, dat ik gezichten herken. Met ons team hebben wij in de afgelopen zeven jaar meer dan tweeduizend verdachten aangehouden. De vraag is altijd: Waar ken ik hem van? Is het een winkeldief, zakkenroller, oplichter, fietsendief of iemand van de geldwisseltruc?

Als ik het terras voorbij loop zie ik dat de man mij meteen aankijkt. Ik denk: “Die is op zijn hoede. Geen ontspannen toerist, maar een gespannen boef”. Ik loop verder en besluit twintig meter verderop schuin over te steken. Dat geeft mij de gelegenheid om achterom te kijken. Zogenaamd om het aankomend verkeer van links en rechts te bekijken. En daardoor kan ik zien hoe het tweetal op mij reageert.

Als ik hun reactie zie, weet ik genoeg. Het zijn maar kleine signalen, maar ik weet inmiddels precies waarop ik moet letten; dit zijn duidelijk boeven. Gezien hun setting, een drankje drinken op een terras, krijg ik het vermoeden dat het om iemand van de geldwisseltruc gaat. Om hun argwaan niet te wekken loop ik verder.

Bij de eerste zijstraat sla ik gelijk rechtsaf. Via andere zijstraten kom ik zo snel mogelijk weer terug op de winkelstraat, maar op een ander punt dan zojuist. Zij denken: “Die is weg.” Ik denk: “Het feest is begonnen.” Ik geef mijn bevindingen door aan mijn collega’s, die gelijk aansluiten bij mijn volgactie. Ondertussen zoek ik in mijn telefoon naar foto’s die ik heb gemaakt van criminelen die de geldwisseltruc toepassen. Ik word bevestigd in mijn vermoeden. Een oude foto uit 2017, daar staat hij op. Hij is weer terug, alleen nu samen met een vrouw.

Na ongeveer tien minuten is het biertje op en loopt de man naar de bar. Hij wil betalen. Nu is het moment om toe te slaan. Ik besluit om vanaf de buitendeur heimelijk zicht te houden op zijn handelingen. Ik zie dat hij een biljet van 50 euro  aanbiedt. De caissière wil het biljet aannemen, maar de man trekt het biljet even terug waardoor zij misgrijpt. Daarna biedt hij het biljet weer aan en wappert er even mee. Ondertussen graaft hij met zijn andere hand in zijn broekzak naar kleingeld om het bedrag “passend” te maken. De caissière heeft zich inmiddels naar de kassa omgedraaid en al berekend dat de man 45 euro moet terugkrijgen. Dat is  haar fout. Als zij zich weer omdraait, heeft de man het 50 eurobiljet terug in zijn broekzak gestoken. Alleen het kleingeld ligt nog op de bar.

De caissière geeft de 45 euro terug en vraagt vertwijfeld naar het 50 eurobiljet. “Nee, die heb ik je net gegeven,” is zijn reactie. De caissière herinnert zich dat hij het biljet aanbood. In gedachte ziet ze het wapperende 50 euro biljet nog voor zich. Heb ik deze dan toch aangenomen…?  Hij kreeg het voordeel van de twijfel. De man loopt weg en de vrouw volgt hem snel. De geldwisseltruc is gelukt. Uiteindelijk blijven wij het stel twee uur volgen. Tot drie keer toe lukt het de man om de geldwisseltruc toe te passen. We hebben meer dan genoeg bewijs om hen aan te houden. En dat vond de rechter ook. Drie maanden celstraf is het vonnis.

]]>
Blog: Schouder aan schouder https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-schouder.html Ik krijg een WhatsApp van de sectiecommandant van de Mobiele Eenheid: “Meerdere groepen hebben aangegeven te komen rellen in Eindhoven.” Oei, denk... blog Wed, 27 Jan 2021 15:30:00 GMT https://www.politie.nl/blogs/00-korpsmedia/blog-schouder.html 2021-01-27T15:30:00Z Ik krijg een WhatsApp van de sectiecommandant van de Mobiele Eenheid: “Meerdere groepen hebben aangegeven te komen rellen in Eindhoven.” Oei, denk ik. Ik ben benieuwd wat ons te wachten staat.

Ik draai een volgdienst met Glenn, sectiecommandant bij de ME, en zijn chauffeur. We beginnen de dienst met het controleren van mensen. Is iemand met een reden in de stad? Als ze er niets te zoeken hebben, worden ze weggestuurd. Dat gaat een tijdje goed. Maar er komen steeds meer mensen naar het centrum. En niet om te demonstreren.

Op het 18 Septemberplein blijkt dat onder de demonstranten ook mensen zitten die duidelijk niet komen protesteren tegen de avondklok, maar uit zijn op rellen. Deze groep draagt vechthandschoenen, slagwapens en dikke kleding. Het is duidelijk dat ze op zoek zijn naar confrontatie. Glenn geeft het bevel dat iedereen zich moet klaarmaken. ‘Groep 1.10, 1.20, 1.30, helm op. NU!’ De sectie is er klaar voor. Glenn stapt uit en zet zijn groep in om het plein leeg te vegen.

Vanuit de ME-bus zie ik hoe de sfeer in één klap omslaat. Achter ons praten demonstranten en ME nog beschaafd met elkaar, voor ons vliegen de fietsen door de lucht. De relschoppers gaan tekeer als beesten. Het duurt niet lang voordat de eerste stenen onze kant op komen. Elke keer onder een luid gejuich van de menigte.

Onveilig voel ik me niet. Ik zit in een bus die speciaal ontworpen is voor dit soort situaties. Maar ik voel me vooral veilig omdat de aanpak van mijn collega’s professioneel is. Iedereen stáát er, schouder aan schouder. Samen verdedigen we de veiligheid van de stad.

De waterwerper drijft de menigte met een gerichte straal uiteen. De raddraaiers vooraan krijgen de volle laag van het waterkanon en slaan op de vlucht. Als de waterwerper vanwege een technisch mankement terugkeert naar het bureau, komen de relschoppers weer terug.

Traangas is onze volgende zet. De chauffeur naast me zet zijn bril af en doet zijn lenzen in, zodat hij zijn gasmasker op kan zetten. Glenn komt ook terug. Of ik een gasmasker heb? Nee, helaas niet. Met spoed brengen ze me terug naar het bureau. Goed voor mijn eigen veiligheid, maar minder voor mijn gemoedstoestand. Ik wil erbij blijven, dit zijn mijn collega’s.

Op het bureau spreek ik mijn collega’s van de aanhoudingseenheid, de AE. Ze zijn met een zwaar toegetakelde bus even terug getrokken naar de veilige haven van het bureau. De gaten zitten erin, de ramen zijn besmeurd met verf. Ondanks dat je duidelijk kunt zien dat ze een klap hebben gehad, zit de moed er goed in. Even later vertrekken ze weer. Ze doen me denken aan een maatje van me, hij is ook lid van de AE, maar zit nu thuis met corona. Ik app hem: ‘Hoe erg baal je?’ Ik krijg terug: ‘Op een schaal van 1 tot 10? Een 12…’. Zie je wel, ik ben niet de enige die z’n collega’s graag bijstaat als de nood hoog is.

Na de inzet van het traangas mag ik weer even met Glenn mee. We rijden voor het station langs, een stapel in brand staande fietsen omzeilend. Een camerapaal ligt vernield op de grond, een abri is aan diggelen geslagen en voor het station ligt een auto op zijn kop nog na te branden. Een slagveld is het. Zelfs de supermarkt in het station is geplunderd. Hoe halen mensen dit in hun hoofd? Ik kan er met mijn verstand niet bij.

Na afloop kan ik het nog niet loslaten. De dag daarna check ik mijn diensttelefoon regelmatig. Ik app met de collega’s die er ook bij waren. Ik wil weten hoe zij erin staan. Maar welke collega ik ook spreek, ik krijg steeds hetzelfde te horen: ik wil er wéér staan. Voor elkaar, voor de stad, voor een veilig Nederland.

]]>
Els werkt als redacteur bij de politie én draait als hoofdagent noodhulpdiensten in Eenheid Oost-Brabant

]]>
Blogger Els